Hoofdnavigatie overslaan

Godsdienst in de echte wereld

Godsdienst in de echte wereld

We maken tegenwoordig allemaal handig gebruik van moderne communicatietechnologie. Dankzij deze uitvindingen worden afstanden kleiner, gaat communicatie sneller en wordt shoppen eenvoudiger. Ze bieden meer opleidingsmogelijkheden en amusement. Maar hoe beïnvloeden ze onze banden met elkaar, met onze omgeving en met God? Hoe beïnvloedt technologie onze werkelijkheidszin?

Het spanningsveld tussen cyberspace en de realiteit creëert een delicate evenwichtsoefening die uniek is voor deze tijd. We worstelen massaal met het ‘isolement dat door de technologie wordt veroorzaakt’ en zoeken naar ‘de onderliggende menselijkheid’.[1]

Sherry Turkle is bekend omwille van haar maatschappelijke analyse van wetenschap en technologie. Haar stelling is dat we vandaag de dag verbonden, maar alleen zijn. ‘Nieuwe toestellen moeten een steeds grotere capaciteit en snelheid hebben,’ schrijft ze. ‘In deze stroomversnelling sussen we ons met de gedachte dat technologie handig is om contact te houden met mensen die niet bij ons zijn, of zelfs, met veel mensen die niet bij ons zijn. Maar zelfs een massa verre vrienden is soms niet genoeg.’[2]

Onderzoek toont dat meer dan 40 procent van de Amerikanen boven de 45 zich eenzaam voelt.[3] Velen hebben dan wel honderden vrienden op Facebook, maar de gemiddelde Amerikaan heeft slechts twee goede vrienden in de echte wereld.[4] Het is dan ook geen wonder, besluit Turkle, dat ‘de banden die we via het Internet aanknopen uiteindelijk niet tot een gevoel van verbondenheid leiden’.[5]

Dankzij sociale media worden echte vriendschappen makkelijker en worden ze aangevuld, en vaak gebeurt dat ook, maar er zijn andere structuren nodig om ze te onderhouden.

Godsdienst als rijke bron van sociale contacten

De oppervlakkige contacten die we dankzij de technologie leggen, zouden ons naar de diepere verbondenheid van georganiseerde godsdienst moeten leiden. Uiteraard kan iemand geheel op zichzelf geestelijke ervaringen meemaken, maar ‘religie ontstaat pas als hij of zij zich met vrienden en familie verenigt’.[6] Wij zijn sociale wezens, gemaakt om met elkaar om te gaan.

Een oudere vrouw wandelt met haar dochter en kleindochter op een paadje in Thailand.
Een oudere vrouw wandelt met haar dochter en kleindochter op een paadje in Thailand.

Het Latijnse ‘religare’ betekent ‘verbinden’. Dat wijst erop dat religie een verenigende kracht moet zijn. Er gaan echter steeds minder mensen naar de kerk, en dat is even nadelig voor de maatschappij als voor de kerken. Volgens een bekende socioloog horen gebedshuizen bij de categorie ‘derde plek’,[7] openbare ruimtes die mensen bijeenbrengen. De eerste en tweede plek zijn respectievelijk thuis en het werk. Mensen die naar de kerk gaan, komen inderdaad geregeld in hun gemeente samen om te onderwijzen, en om elkaar en hun buren te dienen en troosten. Ze zijn samen een verbond aangegaan, met elkaar en met God, om verdriet, vreugde en lasten te delen.

Als mensen elkaars lasten dragen, wordt hun band sterker. Dat komt gedeeltelijk omdat ze daarvoor vaak in de echte wereld moeten samenwerken. Samen zijn in de fysieke wereld is een belangrijke oorzaak van de sterke sociale banden in een geloofsgemeenschap. Rabbi David Wolpe heeft gezegd: Kerken ‘zijn nog steeds een zeldzame plek in de Amerikaanse samenleving waar mensen van verschillende leeftijden voor een gemeenschappelijk doel samenkomen. […] In een wereld die steeds complexer en individualistischer wordt, is het gebed een moment van verbondenheid.’[8]

De kracht van een persoonlijke bediening

Een bediening kan niet virtueel zijn. Voor christenen is het overduidelijk dat Jezus echt naar de aarde is gekomen om echte mensen op echte plekken te dienen. Een vooraanstaand predikant schreef: ‘Het is niet mogelijk om het christelijke evangelie los van mensen en plaatsen te zien. Het draait uitsluitend om schepping en vleeswording, om dingen en mensen.’[9]

Jezus was een zegen voor gewone mensen: mannen, vrouwen en kinderen; zieken, doven, blinden en stommen. Na zijn opstanding bleef Hij nog veertig dagen lang bij zijn volgelingen. Volgens het Boek van Mormon bezocht Hij wolkeren in andere landen, waar Hij ieder mens afzonderlijk troostte, genas en omhelsde, ongeacht hun verschillen en hun karakter.[10] De kracht die van dat persoonlijke bezoek uitging, was zo groot dat er gedurende meer dan honderdzestig jaar na zijn vertrek een ongekende vrede en eensgezindheid heerste.[11]

De invloed van godsdienst kan net zo krachtig zijn. Het kan inspirerend, opbouwend en motiverend zijn om thuis in je eentje op YouTube naar een toespraak te kijken. Maar dat is een eenzame ervaring waar geen menselijk contact bij te pas komt. Ze is niet tastbaar. ‘Een scherm kan niet voor dezelfde beroering of hartverwarmende chemie zorgen als menselijk contact,’ zegt rabbi Wolpe.[12] En die menselijke contacten zijn belangrijk, aangezien een studie van Amerikaanse godsdiensten heeft uitgewezen dat individuele spiritualiteit pas tot een gemeenschapsgevoel uitgroeit als mensen zich ‘deel van een religie’ voelen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als mensen ‘na een [religieuze] dienst met vrienden praten of zich bij een Bijbelstudiegroep [aansluiten]’.[13]

Het sociale hiernamaals

In 1843, lang voor het digitale tijdperk, heeft Joseph Smith gezegd: ‘Dezelfde omgang, die hier onder ons bestaat, zal [in de hemel] onder ons bestaan, alleen zal deze dan met eeuwige heerlijkheid gepaard gaan.’[14] Die uitspraak werd gedaan in een tijd waarin mensen zonder tussenkomst van een scherm met elkaar communiceerden. En dat wijst erop dat God niet zozeer wil dat we met elkaar omgaan, maar dat we dat persoonlijk en in levenden lijve doen. De hemel, dat zijn dus de anderen.

Een bediening en godsdienstbeleving in levenden lijve heeft meer te bieden dan een digitale bijeenkomst. We zien de dingen ‘zoals ze werkelijk zijn’[15] als we onze naasten aankijken en een glimp van God in hun gezicht herkennen.