Hoofdnavigatie overslaan

Onze ‘ware’ roeping

Onze ‘ware’ roeping
DeFeoM_200x250.jpg

Ouderling Massimo De Feo, Italie
Gebiedszeventiger

Toen mijn vrouw en ik een gesprek hadden in verband met onze huidige roeping, vroeg ze: ‘Wat is onze voornaamste taak?’  Het antwoord was rechtstreeks, en een openbaring.  ‘U bent zendelingen.’  Door die eenvoudige woorden dacht ik diep na over de ware aard van elke roeping. 

Telkens als we een roeping ontvangen, beperken we ons doorgaans tot wat volgens ons de definitie van onze roeping is. Met andere woorden, een quorumpresident denkt dat hij vooral verantwoordelijk is voor de ouderlingen in zijn quorum.  Een jeugwerkleidster richt zich op kinderen, en datzelfde geldt voor alle andere roepingen.  Maar alle roepingen hebben een gemeenschappelijke basis, een roeping binnen de roeping, in feite de ware roeping.

roeping binnen de roeping ware

De Heer legt dit beginsel als volgt uit: ‘Daarom stel Ik, de Heer, u deze vraag: Waartoe zijt gij geordend? Om mijn evangelie te prediken’ (LV 50:13–14).  De profeet Joseph Smith heeft gezegd: ‘Na alles wat er is gezegd, is het onze grootste en belangrijkste taak om het evangelie te verkondigen.’ (History of the Church, deel 2, p. 478.) Dus, ongeacht de roeping waarvoor we zijn aangesteld, of het priesterschapsambt waartoe we zijn geordend, is de ‘ware’ roeping van ieder van ons om het evangelie te prediken.   En dus is een zeventiger zendeling, en een ringpresident ook, en een bisschop en elk lid van de kerk. Wij zijn allen geroepen als zendeling, want dat is de ware aard van alle roepingen in Gods koninkrijk. 

‘Daarom stel Ik, de Heer, u deze vraag: Waartoe zijt gij geordend? Om mijn evangelie te prediken’ (LV 50:13–14).  ‘Na alles wat er is gezegd, is het onze grootste en belangrijkste taak om het evangelie te verkondigen.’ History of the Church

De Heer heeft besloten om het heilswerk in onze tijd te bespoedigen.  Overal om ons heen zien we in de wijken en ringen van Zion in Europa wonderen gebeuren bij de bekering van velen die het evangelie vol vreugde en geloof aanvaarden.  Velen vragen zelf spontaan of ze door de doop mogen toetreden tot het koninkrijk Gods.  Het ontroert me nog steeds als ik terugdenk aan het krachtige getuigenis dat een fijne zuster op een conferentie gaf. Ze vertelde dat ze een buurvrouw wilde helpen die na een ongeluk niet meer voor zichzelf kon zorgen.  Toen ze haar hielp, zag ze veel andere bezoekers langskomen, onder hen enkele jonge Amerikanen.  Toen ze vroeg wie dat allemaal waren, werd haar verteld dat dit leden van de kerk van de vrouw waren, en dat de Amerikanen zendelingen waren.  Toen het kerklid haar buurvrouw later vroeg hoe ze haar kon bedanken voor haar vriendelijke hulp, zei de vrouw eenvoudigweg: ‘Ik wil geen geld of cadeautjes, maar u kunt wel wat voor me doen als u me echt wilt bedanken: […] laat me kennismaken met uw zendelingen […] .’   Ze werd een week later gedoopt, en haar man en zoon kort daarna.  De Heer had een heel gezin voorbereid om toe te treden tot de kerk.

Dit is een tijd van wonderen. De Heer bereidt zoals nooit tevoren het hart voor van onze vrienden, familieleden en buren. Als we de ware aard van onze roeping begrijpen, wordt onze inzet grootgemaakt en vermenigvuldigd.  Op zending onderwees ik een jonge man in het evangelie die op zending ging toen ik zelf nog in het zendingsveld was. Ik had nooit gedacht dat ik een jonge man in het evangelie zou onderwijzen die als zendeling het leven van velen zou raken, en dat van zijn kinderen, net als ik op mijn kinderen, als een eindeloze geestelijke keten.  We kunnen ons ook niet indenken wat de eeuwige consequenties zijn van wat wij als zendeling doen.

Ammon concentreerde zich als zendeling op één familie, die van koning Lamoni, en was daarmee een heel volk tot zegen (Alma 19:36).  En dat kunnen wij ook in deze tijd van wonderen, als we maar onze mond opendoen, Mogen wij de ware aard van onze roeping als zendeling begrijpen, de ware roeping binnen de roeping, wetend dat het hart van velen is voorbereid en dat de Heer onze inzet zal zegenen en onze invloed in de eeuwigheid zal vermenigvuldigen. We zijn allemaal geroepen om zendeling te zijn. Nu is de tijd om zijn werk te volbrengen. ‘Vertrouw op Mij bij iedere gedachte; twijfel niet, vrees niet’ (LV 6:36).  

‘Vertrouw op Mij bij iedere gedachte; twijfel niet, vrees niet’ (LV 6:36).