Hoofdnavigatie overslaan

Wat zullen we doen omwille van Hem?

Wat zullen we doen omwille van Hem?
Nelson_200x250.jpg

Elder Russell M. Nelson
Quorum der twaalf apostelen
 



Een van de belangrijkste zinnen in de Schrift staat in Mattheüs 28:6: ‘Hij is hier niet, want Hij is opgewekt.’ Met deze zin maakten hemelse boodschappers die bij een leeg graf stonden wereldkundig dat de Heer Jezus Christus de dood door zijn verzoening en opstanding had overwonnen. Later zou Hij aan zijn apostelen verschijnen en zijn volgelingen de opdracht geven aan de wereld te verkondigen dat Hij leeft.

Als volgelingen van de Heer Jezus Christus hebben we in deze laatste dagen de opdracht gekregen om van de werkelijkheid van de verzoening en de opstanding van de Heiland te getuigen.

Deze paastijd is ieder van ons in de gelegenheid om zijn offer te ontdekken, zijn leringen te omarmen en in zijn vreugde te delen.

Zijn offer ontdekken

Zijn offer ontdekken

Tijdens die eerste paastijd tweeduizend jaar geleden doorstond de Heer onbeschrijflijke foltering in de hof van Gethsémané en aan het kruis toen Hij de zonden en pijnen van alle mensen op Zich nam. Hij werd door een van zijn vrienden verraden, waarna Hij werd gearresteerd, gegeseld, bespot en gekruisigd.

De Heiland zelf zei dat dit grote offer een doel had:

‘Want zie, Ik, God, heb deze dingen voor allen geleden, opdat zij niet behoeven te lijden als zij zich bekeren;

‘maar als zij zich niet bekeren, moeten zij lijden zoals Ik;

‘welk lijden Mij, ja, God, de grootste van allen, van pijn deed sidderen en uit iedere porie bloeden, en naar lichaam en geest deed lijden — en Ik wilde dat Ik de bittere beker niet behoefde te drinken, en kon terugdeinzen —

‘Niettemin, ere zij de Vader, en Ik dronk en volbracht mijn voorbereidingen voor de mensenkinderen ’ (LV 19:18–19).

Als we, door erover te bidden en ons erin te verdiepen, de krachtige invloed van zijn aardse zending ontdekken, kan de Heilige Geest ons onderwijzen in en tot ons getuigen van de eeuwige betekenis van de verzoening.

Zijn leringen omarmen

Zijn leringen omarmen

Na de kracht van de verzoening te hebben ontdekt en die te hebben begrepen, stellen we onszelf, zoals de Joden in het oude Jeruzalem deden, de vraag: ‘Wat moeten we doen?’ De apostel Petrus raadde hen aan zich te laten dopen. ‘Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt’ (zie Handelingen 2:37–41). Evenzo moeten wij de leringen van de Heiland omarmen.

In feite is het grote werk van deze laatste dagen dat we zijn leringen omarmen—en anderen helpen dat eveneens te doen—. Daarom hebben we zendelingen; daarom hebben we tempels — om de grootste zegeningen van de verzoening aan de getrouwe kinderen van God te brengen. Daarom aanvaarden wij de oproepen die de Heer ons geeft. Als we zijn vrijwillige verzoening begrijpen, wordt elk gevoel van opoffering van onze kant volledig in de schaduw gesteld door een diep gevoel van dankbaarheid dat we Hem mogen dienen.

In zijn vreugde delen

In zijn vreugde delen

Tijdens zijn korte bediening op het Amerikaanse continent merkte de Heiland dat de Nephieten zijn offer hadden ontdekt en zijn leringen hadden omarmd. Daarom zei Hij tegen hen: ‘Gezegend zijt gij wegens uw geloof. En nu zie, mijn vreugde is overvloedig’ (3  Nephi 17:20). Door dit patroon van het ontdekken van de kracht van Jezus’ verzoening en het omarmen van zijn leringen te volgen, zullen wij de vreugde ervaren die ons deel wordt als we ernaar streven om op Hem te lijken.  Daaruit volgt op natuurlijke wijze dat we onze dierbaren in die vreugde willen laten delen. En dat kan als we ze uitnodigen om zijn offer te ontdekken, zijn leringen te omarmen en in zijn vreugde te delen.

Ga naar http://www.mormon.org/nld/pasen als u de vreugde van Pasen wilt delen. Daar vindt u een prachtige video en kunt u met de media hashtag #OmdatHijLeeft uw getuigenis van de Heiland aan anderen doorgeven.

Evenals de hemelse boodschappers in het midden des tijds verklaren ook wij: “Hij is hier niet, want Hij is opgewekt.” Hij leeft. En omdat Hij leeft, kunnen ook wij ‘vrede in deze wereld en het eeuwige leven in de toekomende wereld’ (LV 59:23) hebben’.