Hoofdnavigatie overslaan

Zonder hen kunnen wij niet tot volmaking komen

David P. Homer, Zwitserland
David P. Homer, Zwitserland Gebiedszeventiger

In zijn laatste levensmaanden dacht de profeet Joseph Smith vaak na over het belang van plaatsvervangende verordeningen voor de doden.[1] Hij vond het werk voor onze voorouders zelfs zo belangrijk dat hij zei: ‘Hun zaligheid is noodzakelijk en onontbeerlijk voor onze zaligheid […] zij [kunnen] zonder ons niet tot volmaking komen. Evenmin kunnen wij zonder onze doden tot volmaking komen.’[2]

Het is duidelijk hoe onze voorouders dankzij plaatsvervangend werk tot volmaking kunnen komen, want zonder ons zouden ze de noodzakelijke heilsverordeningen niet kunnen ontvangen. Hoe wij dankzij ‘onze doden’ tot volmaking kunnen komen, is wellicht moeilijker te begrijpen. Hoewel dit idee kan verwijzen naar de dood van alle levenden, kan het ook voor ieder van ons een persoonlijke aansporing zijn om ‘onze [persoonlijke] doden’ op te zoeken en zo vooruitgang te maken.

Als wij onze voorouders opzoeken, voelen wij de geest van Elia die ons zuivert en sterkt. Dat weet ik uit eigen ervaring. Het is moeilijk om voorouders te vinden voor wie ik tempelwerk kan doen, omdat mijn familieleden al veel genealogisch werk hebben gedaan. Onlangs heb ik dankzij een bevriende expert in familiegeschiedenis toch nog een onbekende voorouder kunnen vinden. Ik kan moeilijk beschrijven wat ik die dag ervaarde. Toen we haar naamkaartje klaarmaakten voor de tempel, werd ik door emotie overmand. Ik kreeg het gevoel dat ze hier erg lang op had gewacht. Ik voelde de zuiverende kracht van de Geest. Net als bij het volk van koning Benjamin werd er in mijn hart een verandering teweeggebracht.[3] Ik wilde een beter mens worden. Ik wilde getrouw zijn, zodat ik haar ooit zou ontmoeten en haar bedanken omdat ze mijn hart had geraakt.

Als we onze voorouders opzoeken, worden we ook gesterkt, omdat we hun levenslessen op onszelf kunnen toepassen. In de winter van 1847 bereidde Russel King Homer zich samen met andere noodlijdende heiligen in Winter Quarters voor om later dat jaar met Brigham Young naar Utah te trekken. Drie dagen voor het geplande vertrek kwam ouderling Heber C. Kimball, lid van het Quorum der Twaalf Apostelen, naar Russel toe en vroeg of hij bereid was een offer te brengen. Russel moest achterblijven en zijn huifkar, zijn ossen en zijn voorraad afstaan zodat anderen zijn plaats konden innemen.[4]

Het moet moeilijk voor Russel geweest zijn om te zien dat anderen zijn bezittingen namen en vertrokken. Hij protesteerde niet, koesterde geen wrok, maar ging gewoon verder en vertrouwde erop dat alles goed zou komen. In de daaropvolgende jaren hielp hij duizenden heiligen bij hun voorbereidingen en hun tocht over de vlakten naar Utah. In 1859 trok hij voor de laatste keer met een handkarrenkonvooi naar het westen om zich daar voor de rest van zijn leven met zijn gezin te vestigen.[5]

Als ik met teleurstelling te maken krijg of iets moeilijks moet doen, denk ik aan mijn betovergrootvader, Russel King. Net als hij protesteer ik niet, koester ik geen wrok, maar ga ik verder en vertrouw ik erop dat alles goed komt. Ik kan zijn ervaringen en levenslessen rechtstreeks op mijzelf toepassen.

Het is geen wonder dat de profeet Joseph Smith zo vaak over deze fundamentele leerstelling nadacht. ‘Onze doden’ opzoeken, is essentieel voor ons heil omdat het de Geest in ons hart brengt en ons leert hoe we ons leven kunnen verbeteren. Deze leerstelling is voor ons van essentieel belang, omdat ‘zij zonder ons niet tot volmaking kunnen komen. Evenmin kunnen wij zonder onze doden tot volmaking komen.’



[1] Leer en Verbonden 128:1

[2] Leer en Verbonden 128:15

[3] Zie Mosiah 5:2

[4] History of Russel King Homer, door William E. Homer, 2015, p. 61

[5] Zie lds.org, Mormon Pioneer Overland Travel