Hoofdnavigatie overslaan

Zuster Bingham spreekt tot de Verenigde Naties

Zuster Bingham spreekt tot de Verenigde Naties

Toespraak in het kader van de informatievergadering ‘Focus on Faith’ - Jean B. Bingham

Waarde aanwezigen, geëerde gasten, dames en heren,

Ik voel mij vereerd om hier vandaag tot u te mogen spreken over de rol van religieuze organisaties bij het verlichten van leed en het stimuleren van de zelfredzaamheid van mensen over de hele wereld, in het bijzonder de meest kwetsbare. Ik ben dankbaar dat ik mij omringd mag weten door talrijke vrienden, die inzien dat gelovige mensen enorm veel goeds kunnen verwezenlijken, als ze de handen ineenslaan.

Zustershulpvereniging

Ik sta hier vandaag in mijn hoedanigheid van algemeen presidente van de zustershulpvereniging van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. De zustershulpvereniging had bij haar oprichting 175 jaar geleden tot doel ‘de armen, de behoeftigen, de weduwen en de wezen te steunen, en alle liefdadige doeleinden na te streven’.  Nu is de zustershulpvereniging de oudste en een van de grootste vrouwenorganisaties ter wereld, met wereldwijd meer dan zeven miljoen leden. Haar doeleinden blijven echter dezelfde: geloof doen groeien, gezinnen versterken en leed verlichten.

Tijdens de eerste bijeenkomst van de zustershulpvereniging zei Emma Smith, de eerste ZHV-presidente: ‘We gaan iets bijzonders tot stand brengen.’ En inderdaad, een vereniging die zeven miljoen vrouwen op de been kan brengen, die allemaal hun beschikbare tijd en middelen schenken, kan oneindig veel bereiken.

Ik geloof dat dat geldt voor elke organisatie die op geloof is gestoeld. Ieder van ons verlangt ‘iets bijzonders tot stand te brengen’, en als we samenwerken, kunnen we dat ook. Maar laten we niet vergeten dat grote, uitzonderlijke prestaties meestal uit talrijke kleine, schijnbaar onbeduidende bijdragen bestaan. In het Boek van Mormon staat dat ‘door kleine en eenvoudige dingen grote dingen worden teweeggebracht’.

Vandaag wil ik u vertellen hoe mensen van alle geloofsrichtingen kunnen samenwerken om op kleine en eenvoudige manieren leed te verlichten.

Kerkgeschiedenis

Zowel de geloofsleer als de geschiedenis leert ons dat de meeste geloofsgemeenschappen met het lot van mensen in nood zijn begaan, en in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is dat niet anders. Wie de kerk kent, weet dat de hoofdzetel zich nu in de staat Utah (VS) bevindt, maar de meeste mensen weten wellicht niet dat dat niet altijd het geval was.

De kerk is hier, in de staat New York, opgericht, maar door hevige godsdienstige vervolging werden de leden meermaals uit hun woonplaats verdreven. Toen de kerkleden zich in Missouri hadden gevestigd, maakten ze een bijzonder grimmige periode van vervolging mee, waarbij de gouverneur van de staat het bevel gaf hen uit de staat te verdrijven. Gezinnen sloegen in paniek op de vlucht en namen slechts mee wat ze konden dragen. In de naburige staat Illinois vonden ze een toevluchtsoord, en daar voorzagen behulpzame vreemdelingen in hun behoeften met voedsel, kleding en onderdak.

Maar de vrede was slechts van korte duur, want de vervolging bleef aanhouden zodat de mormoonse pioniers, onder wie al mijn betovergrootouders, zich genoodzaakt zagen de uittocht naar de Salt Lake Valley aan te vatten. Het is dan ook geen wonder dat onze geloofsgemeenschap zich heel verantwoordelijk voelt om verschoppelingen en noodlijdenden te helpen.

Na een periode met intense vervolging deed Joseph Smith, de stichter van de kerk, in 1842 deze opmerkelijke uitspraak: ‘[Een lid van de kerk] moet de hongerigen voeden, de naakten kleden, voor de weduwen zorgen, de tranen van de wezen drogen, de behoeftigen troosten, in deze kerk, of in een andere kerk, of in geen enkele kerk, waar ze ook te vinden zijn.’ Kunt u zich voorstellen dat deze uitspraak hard aankwam bij een groep bannelingen die zich voortdurend afvroegen hoe zij en hun kinderen zouden overleven? En dan vraagt hun leider hun om hulp te bieden aan hen die in grotere nood verkeren. Nochtans is dit altijd ons motto geweest.

Begin van de humanitaire hulp van de kerk

De leden van de kerk hebben altijd humanitaire hulp verleend. Zo hebben ze na de tweede wereldoorlog de noodlijdenden in Europa gesteund en overal ter wereld hulp geboden aan slachtoffers van natuurrampen.  In 1985 werden deze inspanningen gecentraliseerd met de oprichting van LDS Charities.  In die tijd maakten de leiders van de kerk zich grote zorgen vanwege de aanhoudende berichtgeving over de schrijnende hongersnood in Oost-Afrika. Ze beraadslaagden hoe de kerk het beste kon helpen, en besloten zich tot de leden te wenden. Een speciale vastendag werd vastgelegd, wat inhield dat leden over de hele wereld werd gevraagd twee maaltijden over te slaan en het uitgespaarde geld in een speciaal noodfonds voor de slachtoffers van de hongersnood te storten. Dat eenvoudige verzoek kende een overweldigende respons, en de totale som van al die kleine en eenvoudige giften stelde de kerk in staat een grote bijdrage te leveren.

Sinds die tijd zijn de schenkingen toegenomen en hebben ze geleid tot de oprichting van LDS Charities, de humanitaire tak van de kerk. LDS Charities is wereldwijd werkzaam en biedt crisishulp, vluchtelingenhulp, zuiver water en sanitair, en steun aan verschillende initiatieven met betrekking tot gezondheidszorg. Zoals bij zovele andere liefdadigheidsinstellingen worden onze inspanningen gevoed door het geloof dat God ons de verantwoordelijkheid heeft gegeven om leed te verzachten, de lasten van de behoeftigen te verlichten en hoop te geven aan wie geen hoop meer hebben. 

In geloof verenigd

Nu moet ik wel verduidelijken dat de invloed van LDS Charities beperkt zou zijn als we op eigen kracht moesten werken. Hoewel onze overtuigingen verschillend zijn, zijn we met andere religies verenigd in onze betrokkenheid bij een hoger doel dat onze persoonlijke interesses overstijgt en ons aanmoedigt om onze bezittingen, tijd en energie aan te wenden ten behoeve van onze medemens. Ik heb het niet alleen over financiële middelen, maar ook over mankracht. Onze organisaties bestaan uit opmerkelijke personen die hun medeleven, talenten en toewijding bundelen om anderen persoonlijk te beroeren.

Onze kleine en eenvoudige inspanningen worden versterkt en vermenigvuldigd door de samenwerking met honderden partners, zowel wereldwijd als plaatselijk. Alle leden van dit panel behoren hier eveneens toe. De toespraken die ze vandaag hebben gegeven, stemmen mij nederig. Het programma ‘Day of Dignity’ van Islamic Relief heeft talloze mensen een hart onder de riem gestoken, zodat ze vastberaden een nieuwe start willen maken. Episcopal Migration Ministries helpt immigranten bij hun integratie op de arbeidsmarkt, zodat personen, gezinnen en toekomstige generaties een stabiel bestaan kunnen opbouwen.

Telkens wanneer we andere religieuze organisaties de hand reiken, ervaren we een zekere gelijkgestemdheid; we spreken dezelfde taal en hebben dezelfde drijfveren, zodat we elkaar goed aanvullen. Ons gezamenlijk doel geeft ons werk kracht. Overheden en VN-agentschappen zijn zich hiervan bewust. Ze vertrouwen dan ook sterk op religieuze organisaties om de reikwijdte van hun dienstverlening te vergroten.

Banden met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen

De bijdragen van religieuze organisaties kwamen uitgebreid aan bod toen de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, of SDG’s [Sustainable Development Goals] werden besproken. Dominee dr. Olav Fykse Tveit, secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, sprak over de rol van religieuze organisaties en de SDG’s. Hij zei:

‘Kerken en andere religieuze gemeenschappen doen niet aan humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking omwille van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, maar omdat ze uit toewijding aan hun fundamentele geloofsovertuiging de menselijke waardigheid respecteren, de gemeenschap dienen, de schepping beschermen en van het goddelijke getuigen. Wij geloven dat onze fundamentele essentie op veel verschillende manieren kan worden uitgedrukt en toegepast: door geloof en vertrouwen in God, in de leerstellingen, in het doorgeven van tradities, in toegewijd dienen en delen’

Ik ben het eens met deze uitspraak van dominee Tveit. Zij die in onze organisaties werkzaam zijn, worden er door hun geloof toe gebracht niet alleen van hun bezit te geven, maar ook van zichzelf. Ze voegen een menselijke factor toe die in overheidsprogramma’s afwezig is.  Wij zien een goddelijke potentieel in de mensen die we dienen en daarom zijn onze inspanningen niet beperkt tot noodhulp. We streven ernaar hun talenten en hun gevoel van eigenwaarde te vergroten, en hun vaardigheden aan te reiken die hen in staat stellen toekomstige uitdagingen te overwinnen, zodat ook zij de vreugde van dienstbetoon en van het leven kunnen ervaren.

Het gezin

Nu wil ik even kort over het gezin spreken.

Wij bevinden ons hier vlakbij de vergaderzaal van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waar landen bijeenkomen om samen te werken aan het bereiken van vrede en veiligheid voor alle mensen. Een immense muurschildering die symbool staat voor toekomstige vrede en individuele vrijheid siert de oostelijke muur. Wat mij vooral opvalt, is dat in het midden van deze muurschildering een gezin staat afgebeeld.

Volgens mijn geloof en volgens de Verenigde Naties is het gezin de fundamentele bouwsteen van de samenleving. Daarom moet het gezin beschermd worden, en vooral gezinnen in benarde omstandigheden. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen heeft gezegd: ‘Als andere sociale instituten afbrokkelen of onbeschikbaar zijn, zoals dat vaak het geval is bij vluchtelingen, wordt het gezin belangrijker dan ooit. Individuele vluchtelingen worden vaker het slachtoffer van misbruik, geweld en mensensmokkel.’

 Juist in het gezin maken kinderen kennis met liefde, respect, vergevensgezindheid, mededogen, zorg en dienstbetoon. Als we onze gezinnen nu versterken, leren we onze kinderen hoe ze in de toekomst noodlijdenden kunnen helpen. Het is dan ook geen wonder dat in het logo van LDS Charities een gezin te zien is.

Opvang voor vluchtelingen

Ik wil u kort vertellen hoe wij samen met andere organisaties noodhulp hebben verleend.

In de Verenigde Staten assisteert LDS Charities de negen officieel erkende instanties voor de hervestiging van vluchtelingen. Zes van die instanties zijn religieuze organisaties. Daarbij zorgden wij telkens voor huisraad en kleding, levensmiddelen en financiële middelen om huisvesting en andere behoeften te ondersteunen, terwijl zij met hun medewerkers, kennis en netwerk de overgang naar een nieuwe woning en omgeving voor vluchtelingen mogelijk maakten.

Voor een geslaagde integratie en warme verwelkoming van de vluchtelingen is de persoonlijke betrokkenheid van de vrijwilligers wellicht even belangrijk als de materiële ondersteuning. Hier vlakbij, in Jersey City, aan de overkant van de Hudson, besloot een mormoonse kerkgemeente met UNICEF en Church World Service samen te werken door hun huizen en harten voor de vluchtelingen in hun gemeenschap open te stellen.

Gisteren was ik uitgenodigd om te komen eten bij de leden en de immigranten voor wie ze zich inzetten. Een lid van die gemeente vertelde wat ze had meegemaakt. Ze zei: ‘Voorlopig beschouwen we ons mormoonse kerkgebouw als een plek waar aan maatschappelijk werk wordt gedaan. Zo hebben we een groep vluchtelingenvrouwen die wekelijks in onze kerk samenkomt om te naaien. We leiden vrijwilligers op zodat ze pas gearriveerde immigranten met hun culturele integratie kunnen helpen. Het is geweldig dat ons gebouw een veilig toevluchtsoord is geworden voor veel mensen in onze gemeenschap. We kijken ernaar uit om met andere geloofsgemeenschappen en plaatselijke organisaties aan een gemeenschappelijk doel te gaan samenwerken.’

Bezoek aan Oeganda

Op internationaal vlak werkt LDS Charities samen met een reeks vooraanstaande organisaties om voedsel, onderdak, kleding en medische hulpgoederen te bezorgen aan vluchtelingen in kampen en onderweg. In vluchtelingenkampen en gemeenschappen worden de behoeften op lange termijn vervuld door ondersteuning van onderwijsinstellingen en -programma’s, water- en sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg.

Zes weken geleden was ik samen met vertegenwoordigers van UNICEF in Oeganda om te observeren hoe meerdere instanties samenwerken om noodhulp aan vluchtelingen uit Zuid-Soedan en andere naburige landen te verlenen. LDS Charities en UNICEF voorzien in acute behoeften zoals voedsel en medische hulp, en ontwikkelen samen bovendien vaccinatie- en onderwijsprogramma’s voor de talloze kinderen in de vluchtelingencentra. Toen we het Bidi Bidicentrum en de omwonenden bezochten, werd het duidelijk dat een breed scala aan vakkennis en middelen nodig waren om in alle behoeften te voorzien. Gelukkig was de coördinatie tussen de verschillende instanties uitstekend.

Bij aankomst van de nieuwe vluchtelingen kon ik de opluchting van hun gezicht aflezen, toen ze uit de overvolle bussen stapten en met een hartelijke begroeting en een warme maaltijd werden verwelkomd. Ik observeerde leerkrachten en kinderen in klaslokalen en op speelplaatsen, en voelde dat een veilige plek om te leren en zorgzame leerkrachten ertoe bijdragen dat ontheemde kinderen structuur ervaren en zich veilig voelen. 

Overal zag ik mensen moeite doen om te onderrichten en te troosten. Die mensen geloven dat ze iets in de wereld kunnen en moeten betekenen. Ze werken samen om hun individuele inspanningen te vergroten, zodat ze anderen tot zegen zijn. Kortom, zij zijn gelovige mensen.

Tot slot wil ik mijn oprechte waardering uitdrukken voor allen die de moeilijke, maar intens bevredigende taak om menselijk lijden over de hele wereld te verlichten, op zich hebben genomen.  Onze rol hierin is essentieel.  We moeten bruggen bouwen tussen religieuze organisaties, elkaars werk begrijpen en meer samenwerken.  We moeten de tijd, de talenten en de middelen van gelovige mensen die willen helpen, zien te bundelen.  We zijn verenigd in onze toewijding aan de zorg voor noodlijdenden.  Ieder van ons kan veel goeds doen, maar samen kunnen we zoveel meer verwezenlijken.  Ik hoop dat ieder van ons eraan zal meewerken om met kleine en eenvoudige middelen buitengewone dingen te verwezenlijken.

Ik dank u.