Boodschap gebiedsleiding

De geest voelen en volgen – stilstaan bij onze gevoelens

jeugd in een park Intellectual Reserve
Elder Hirst Intellectual Reserve
Ouderling Karl D. Hirst (Engeland) Gebiedszeventiger

Als zendeling leerde ik voor het eerst de invloed van de Heilige Geest duidelijk herkennen.  Ik had de Geest al eerder gevoeld, maar ik besefte niet dat het de Geest was.  Ik had de werking van de Heilige Geest zelfs gevoeld voordat ik lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen was.  De Geest probeerde me te beïnvloeden door gevoelens die op andere bekende gidsen, zoals mijn geweten, leken.  Hoewel ze ongeveer hetzelfde aanvoelden, wist ik dat de gevoelens van de Geest niet mijn geweten waren. Maar net als mijn geweten waren de gevoelens van de Geest heel subtiel en konden concurrerende invloeden ze makkelijk overstemmen. 

Ik wist er toen nog niet veel van, maar ik leerde om op die gevoelens te vertrouwen als ik ze kreeg.  Ze droegen bij tot mijn beslissing om me bij de kerk aan te sluiten, gaven me de nodige energie om anderen te dienen, spoorden me aan tot bekering en maakten me enthousiast als ik waarheid ontdekte en goedheid herkende.  Die gevoelens verzekerden me dat het evangelie van Jezus Christus me gelukkig maakte, zodat ik wilde dat het deel van mijn leven en dat van mijn dierbaren uitmaakte.

Eerlijk gezegd voelde het niet alsof mijn boezem in mij brandde.1 De zachte influisteringen in mijn hart stemden niet overeen met de vurige, stellige uitspraken van veel heiligen in vasten-en-getuigenisdiensten. Daarom concludeerde ik dat ik de beloofde hemelse bevestiging nog niet had ontvangen.  Hoe meer ik mezelf met anderen vergeleek, hoe onbeduidender mijn belevenis leek.  Hoewel ik dankbaar was voor de leiding van die zachte, vertrouwde gevoelens, wist ik niet zeker of ze de beloofde gevoelens van de Heilige Geest waren. 

Als zendeling leerde ik bijna dagelijks van anderen die nauw met de Geest samenwerkten.  De woorden van Paulus gaven me in die tijd meer duidelijkheid.  Ik besefte dat toen Paulus over de ‘vrucht van de Geest’ sprak, hij het deel van de Geest bedoelde dat we ervaren – we proeven vruchten immers.  Hij probeerde uit te leggen hoe de gevoelens van de Geest ‘smaakten’.  We lezen: ‘De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’2 Ik kon de smaak van een vrucht niet met een à twee woorden beschrijven.  Paulus had hetzelfde probleem met zijn beschrijving van de vrucht van de Geest. Hij beschreef de verscheidenheid aan ‘smaken’ die hij proefde als hij de Geest van de Heer voelde.  Ik herkende diezelfde ‘smaken’ als ik de Geest voelde.  Dat besef stelde me gerust, en gaf me meer begrip en vertrouwen. Als Paulus leiding van de Geest had ontvangen, dan had ik dat ook!

Mijn beleving van de vrucht van de Geest had misschien andere nuances dan die van anderen, maar daarom was mijn ervaring niet minder echt.  Ik proefde er niet van om anderen te laten genieten; en wat zij proefden was niet voor mij bedoeld.  We proeven allemaal voor ons eigen welzijn en we ontvangen persoonlijke leiding.

Sindsdien heb ik geprobeerd om me voor de vreugdevolle, leidende gevoelens van de Geest open te stellen en er zorgvuldig gehoor aan te geven.  Ze maken me gelukkiger.3 Mijn ervaring bevestigt dat, wanneer het lijkt alsof we amper genoeg hebben gevoeld om te kunnen volgen, dat toch voldoende is en dat we kunnen kiezen om te volgen!

Als we meer goddelijke leiding willen ontvangen, kunnen we de aansporing van president Nelson volgen: ‘Er is geen betere manier om de hemelen te openen dan door een combinatie van toenemende reinheid, exacte gehoorzaamheid, oprecht zoeken, ons dagelijks aan de woorden van Christus in het Boek van Mormon vergasten en regelmatig tijd aan tempelwerk en familiegeschiedenis besteden.’4

 

Noten:

 

[1] Zie Leer en Verbonden 9:8.

2 Galaten 5:22–23.

3 Toen Paulus de Efeziërs onderwees, bevestigde hij ook dat ‘de vrucht van de Geest in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid [bestaat]’ (Efeze 5:9).

4‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’, president Russell M. Nelson, algemene aprilconferentie 2018.