Hoofdnavigatie overslaan

Geestelijke leiding van de Heer Jezus Christus ontvangen

Geestelijke leiding van de Heer Jezus Christus ontvangen
Ouderling Paul V. Johnson – Verenigde Staten
Ouderling Paul V. Johnson – Verenigde Staten Gebiedszeventiger – gebiedspresident Europa

Hebt u zich weleens in een moeilijke situatie bevonden, waarin u leiding van de Heer nodig had?  Hij kent u en geeft u leiding wanneer die het nuttigst is.  We kunnen ons vermogen om zijn leiding te voelen en te begrijpen vergroten.

We krijgen op verschillende manieren leiding.  We kunnen de heilige Schriften en de woorden van hedendaagse profeten en apostelen raadplegen.  We ontvangen leiding van andere leiders en onze dierbaren.  Dromen, visioenen of hemelse bezoeken kunnen ook een bron van leiding zijn, maar rechtstreekse inspiratie komt meestal door de stille, zachte stem van de Geest.  De Heer heeft gezegd: ‘Ik zal in uw gedachten en in uw hart tot u spreken door de Heilige Geest. […] Zie, dat is de geest van openbaring.’1 We krijgen gedachten in ons verstand en gevoelens in ons hart.  De Geest communiceert met ons door gedachten en gevoelens.  We moeten er acht op slaan, anders ontgaat ons deze manier van communiceren.

President Boyd K. Packer heeft gezegd:


‘De Geest vraagt niet om onze aandacht door te schreeuwen of ons hard door elkaar te schudden. In plaats daarvan fluistert Hij. Hij raakt ons zo zacht aan dat we Hem misschien niet eens voelen als we door andere zaken in beslag worden genomen. […]


President Boyd K. Packer heeft verder gezegd: ‘Soms oefent de Geest net voldoende druk uit om onze aandacht te trekken.  Maar meestal zal de Geest Zich terugtrekken als we niet openstaan voor die zachte influistering.’2

De inspiratie van de Geest komt dus meestal door stille gedachten en zachte gevoelens. Hoe kunnen we ons vermogen om die inspiratie waar te nemen dan vergroten?  Als iemand fluistert en we verstaan hem of haar niet, proberen we al het lawaai om ons heen te dempen en gaan we dichter bij die persoon staan.

Er zijn dingen die geestelijk ‘lawaai’ veroorzaken en die ons ervan weerhouden om de inspiratie van de Geest te begrijpen of zelfs waar te nemen.  Veel media zijn niet opbouwend en zorgen voor geestelijk lawaai.  Soms brengen we te veel tijd op sociale media door en gaan we helemaal in onze elektronische apparaten op. Daardoor hebben we te weinig rustige momenten zonder werelds lawaai, die ons in staat stellen de inspiratie van de Heer waar te nemen.  Zonde veroorzaakt geestelijk lawaai.  Bekering, sabbatheiliging en het inlassen van rustige momenten om het evangelie te bestuderen, te overpeinzen en te bidden, brengen ons dichter bij de Heer en verstommen werelds lawaai.  Zo vergroten we ons vermogen om de gedachten en gevoelens die de Heilige Geest ons geeft waar te nemen en te begrijpen.

We doen er goed aan niet in alle dingen leiding van de Heer te eisen.  Ouderling Dallin H. Oaks heeft gezegd: ‘Op de leiding van de Heer afgaan is een pluspunt, maar dit moet gepaard gaan met het besef dat onze hemelse Vader veel beslissingen aan onszelf overlaat.  Zelf beslissingen nemen is een van de groeifactoren die we in dit leven moeten leren hanteren. […]

‘We moeten een en ander in gedachten uitvorsen, met het vermogen tot redeneren dat onze Schepper ons heeft gegeven. Daarna dienen we om leiding te bidden, en ernaar te handelen als we die ontvangen.  Als we géén leiding ontvangen, moeten we naar beste weten te werk gaan.  Mensen die halsstarrig openbaring willen over zaken waarover de Heer niets heeft willen zeggen, verzinnen soms een antwoord met hun eigen fantasie of vooroordeel, of ontvangen misschien zelfs een antwoord door het medium van valse openbaring.’3

Als we onze verbonden naleven en manieren bedenken om werelds lawaai te dempen, kunnen we de leiding van de Heer makkelijker ontvangen.

______________________

1 LV 8:2–3

2 Boyd K. Packer, Predik mijn evangelie, hoofdstuk 4, De influisteringen van de Geest leren herkennen, 102.           

3 Dallin H. Oaks, Our Strengths Can Become Our Downfall, Ensign, oktober 1994, 13–14