Hoofdnavigatie overslaan

Ik zal maken dat zwakke dingen sterk voor hen worden

Boodschap van de gebiedsleiding

Youth
Ouderling Wolfgang Pilz
Ouderling Wolfgang Pilz Gebiedszeventiger

In de buurt van de stad waar ik ben opgegroeid, lagen prachtige bossen die nu nog doen denken aan romantische Duitse wouden. Die wouden vormden het decor voor mysterieuze verhalen en sprookjes uit vroegere tijden. In de mythologie van Centraal- en Noord-Europa wordt nu nog steeds verteld over een gebeurtenis die zou hebben plaatsgevonden bij een eenzame vijver die de Bron van Siegfried wordt genoemd.

De held van het verhaal heet Siegfried, maar in het verre noorden staat hij bekend als Sigurd.

Deze jongeman was dapper, sterk en avontuurlijk. Zijn roem werd nog groter toen hij met zijn zwaard een draak versloeg. Hij drenkte zich in het bloed van het verslagen monster zodat hij onkwetsbaar zou worden. Helaas viel er precies op dat moment een blaadje van een lindeboom op zijn rug, zodat een klein plekje huid onbeschermd bleef.

Die kwetsbare plek werd later zijn ondergang. Siegfried raakte verstrikt in een machtsspel tussen twee koninginnen, en kwam uiteindelijk in een hinderlaag om het leven. Tijdens het gevecht gooide een verrader een welgemikte speer precies naar de kwetsbare plek, net toen hij zich bukte om van de bron te drinken.

Siegfrieds moed was geworteld in zijn gevoel van onkwetsbaarheid, maar hij had een zwakke plek. Zijn vijand kende die en maakte er misbruik van.

Ook wij voelen ons vaak onverschrokken en onkwetsbaar in onze overmoed. Maar als wij onze zwakheden niet inzien en ze in sterke kanten ombuigen, kunnen ook wij overweldigd worden.

Ik moedig u aan om de raad van Moroni op te volgen, waarmee hij ons aanspoort om onze zwakheden in de handen van de Heer te leggen:

‘En indien de mensen tot Mij komen, zal Ik hun hun zwakheid tonen […] want indien zij zich voor mijn aangezicht verootmoedigen en geloof hebben in Mij, zal Ik zwakke dingen sterk voor hen laten worden.’1

Egoïsme, slechte eigenschappen, lichtgeraaktheid, opvliegendheid, slechte gedachten over anderen koesteren en roddelen, zich verheugen in de pech van anderen, onrechtvaardig oordelen of vooroordelen koesteren – al deze dingen maken ons kwetsbaar en weerloos. We slepen vaak karaktereigenschappen met ons mee die in onze jeugd zijn ingebakken, en waar we nooit iets aan hebben gedaan. Soms zijn ze het gevolg van gebeurtenissen uit onze kinderjaren of jeugd waar we zelf niet verantwoordelijk voor waren. Ongeacht hun oorzaak doen we er goed aan om deze zwakheden in de handen van de Heer te leggen. Hij kan ons genezen. Hij verwacht van ons dat we een offer naar het altaar brengen. Geen offerdier zoals in vroegere tijden, maar een gebroken hart en een verslagen geest.


Ook wij voelen ons vaak onverschrokken en onkwetsbaar in onze overmoed. Maar als wij onze zwakheden niet inzien en ze in sterke kanten ombuigen, kunnen ook wij overweldigd worden.


De woorden van koning David geven aan dat de mensen in vroegere tijden reeds wisten dat brandoffers niet voldoende waren: ‘De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart […].’2

De herrezen Heer herhaalde deze aanwijzing in de Nieuwe Wereld vlak nadat Hij de afschaffing van brandoffers had aangekondigd: ‘Maar u zult mij als offer een gebroken hart en een verslagen geest brengen. En wie tot Mij komt met een gebroken hart en een verslagen geest, die zal Ik dopen met vuur en met de Heilige Geest’3

Er worden in de periode waarin dit artikel verschijnt, in heel Europa jeugdconferenties van ‘For the Strength of Youth’[Voor de kracht van de jeugd], of kortweg FSY gehouden. Die conferenties zijn niet alleen bedoeld als amusement, maar onze jeugd leert daar ook hoe ze zich op goddelijke leiding kunnen voorbereiden. Onze jongeren leren tijdens de conferentie om een gedragscode te volgen die zich uit in hun houding en zelfs in hun uiterlijk, met de bedoeling dat de jongeren mee naar huis nemen wat ze hebben geleerd. Ze komen te weten wat hun zwakke plekken zijn, zodat ze zichzelf doeltreffend tegen de pijlen van de tegenstander kunnen beschermen. Vervolgens gaan ze weer naar huis met een verlangen om de hele wapenrusting van God aan te trekken, zodat voortaan geen enkel plekje van hun geestelijk lichaam onbeschermd blijft.

Laten we ons verheugen over de kracht van de ‘jeugd van Zion’, die zonder onbevreesd de woelige stormen van deze tijd trotseert.

_____________________________

1 Ether 12:27

2 Psalmen 51:17

3 3 Nephi 9:20