Ons geloof in de Heer Jezus Christus

    Boodschap van de gebiedsleiding

    Ouderling Michael Cziesla
    Ouderling Michael Cziesla Gebiedszeventiger

    Geloof in de Heer Jezus Christus en een persoonlijke band met Hem zijn cruciaal in ons leven. In het vierde geloofsartikel staat dat ‘geloof in de Heer Jezus Christus’ een van de basisbeginselen van het evangelie is.[1]  We korten dat basisbeginsel vaak af tot ‘geloof’. Geloof staat hier echter niet op zichzelf, het is gericht naar Jezus Christus en ons persoonlijk getuigenis dat Hij voor ieder van ons onze Heiland en Verlosser is. Geloof in Christus brengt vreugde, hoop en vertrouwen, en de ‘kracht die ons bij iedere belangrijke gebeurtenis in ons leven zal schragen’.[2] Soms wordt het geloof van zelfs de sterkste discipel van de Heer op de proef gesteld. We moeten ons daardoor niet laten verrassen, maar dat juist als een aanmoediging zien.

    We kennen allemaal wel het voorval met de apostel Thomas. De discipelen aan wie de Heer na zijn opstanding was verschenen, zeiden tegen Thomas: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Thomas was er toen niet bij. Hij antwoordde: ‘Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven.’ Acht dagen later verscheen de Heer opnieuw aan de Apostelen. Deze keer was Thomas er wel bij, en de Heer zei tegen hem: ‘Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig.’ Thomas was van zijn stuk gebracht. Het enige wat hij kon uitbrengen, was: ‘Mijn Heere en mijn God’. Daarop sprak Jezus de bekende woorden: ‘Omdat u Mij gezien hebt, […] hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.’ [3]

    Als we dit verhaal horen, vragen we ons misschien af waarom Thomas zo ‘kleingelovig’ was. Hij was een apostel en had Christus vergezeld, had talrijke wonderen gezien en had ongetwijfeld een sterk getuigenis van de leringen van de Heer. Maar wat Thomas meemaakte is niet zo verschillend van de moeilijkheden waarmee wij allemaal te maken krijgen in deze wereld waarin steeds meer ter discussie wordt gesteld.

    Zo was er een jongeman die in de kerk was opgegroeid en zich van jongs af de beginselen van het evangelie had eigen gemaakt en ernaar geleefd. Toch kwam er een moment waarop hij aan zijn getuigenis begon te twijfelen. Zijn ervaring met het evangelie was voornamelijk gebaseerd op een verstandelijk begrip van de leringen en beginselen of tradities waarvan hij was gaan houden, en niet op een duurzame ervaring van het hart. En misschien leek hij daarin wel op Thomas. Toen hij te maken kreeg met lesonderwerpen of historische gebeurtenissen die hij niet meteen kon begrijpen, wankelde zijn geloof. De jongeman was van streek, en hij vroeg mij tijdens een persoonlijk gesprek hoe hij echt geloof in Christus kon ontwikkelen. Ik wil u vertellen hoe ik de vraag van deze jongeman beantwoordde. De Heer heeft in de Schriften door zijn profeten een patroon geopenbaard.[4] Ieder van ons kan dat patroon toepassen, of we nu twijfelen of zoeken, of we beproefd worden of gewoon ons geloof in de Heer Jezus Christus op een duurzame manier willen voeden.

    Het patroon is bijvoorbeeld in het prachtige bekeringsverhaal van Enos te vinden. Welke stappen ondernam Enos? (1) Enos hoorde de waarheden van het evangelie van zijn vader, probeerde ze te begrijpen, en liet de woorden van zijn vader ‘diep in [zijn] hart’[5] doordringen. (2) Enos gehoorzaamde Gods geboden, waardoor hij ontvankelijk werd voor de Heilige Geest. (3) Enos’ ‘ziel hongerde’.[6] Hij werd vervuld met het verlangen om zelf te weten te komen of wat hij geleerd had waar was. (4) Enos ging naar de bron van alle waarheid: ‘Ik knielde voor mijn Maker neer en ik riep Hem aan in machtig gebed en smeking voor mijn eigen ziel; en de gehele dag riep ik Hem aan; ja, en toen de avond viel, verhief ik mijn stem nog steeds, zodat zij tot de hemelen reikte.’[7] Het was niet makkelijk voor Enos. Hij beschrijft zijn ervaring als een ‘worsteling […] voor het aangezicht van God’.[8] Maar het was de moeite waard, want hij kreeg persoonlijk de bevestiging in zijn hart.

    Ieder van ons moet deze geestelijke worsteling op het pad van discipelschap naar waar geloof in de Heer Jezus Christus doormaken. Er is helaas geen kortere weg. Voor velen van ons ligt dat pad bezaaid met ernstige persoonlijke problemen of beproevingen. Anderen hebben bijzondere geestelijke ervaringen in de tempel, tijdens de avondmaalsdienst, bij het bidden of het bestuderen van de heilige Schriften. Maar ieder van ons moet deze persoonlijke ervaringen actief nastreven. Dat vergt tijd. Het gaat soms gepaard met een lange periode van dorst en is geestelijk uitputtend. ‘Maar indien u het woord wél verzorgt, ja, de boom verzorgt wanneer hij begint te groeien, door uw geloof, met grote ijver en met geduld, en uitziet naar de vrucht ervan, zal hij wortel schieten; en zie, het zal een boom zijn die opspruit tot het eeuwige leven.’[9]

    Echt geloof in de Heer Jezus Christus vergt voortdurende ‘ijver en geduld’, een ‘gebroken hart en een verslagen geest’[10] en onze eigen geestelijke worsteling voor het aangezicht van God. Maar ik kan met liefde tot u getuigen dat het de moeite waard is om dit pad te bewandelen. De vreugde en zekerheid die eruit voortvloeien, zijn heerlijk en allesomvattend. ‘We verkrijgen zekerheid niet door onuitputtelijke rijkdommen, maar door een onuitputtelijk geloof.’[11] Als we vol geloof te weten willen komen of Jezus Christus onze Verlosser is, zullen we een zeer persoonlijk antwoord ontvangen, ‘[dat] uiterst kostbaar is, [dat] zoet is boven alles wat zoet is, en [dat] wit is boven alles wat wit is, ja, en rein boven alles wat rein is; en u zult zich aan die vrucht vergasten totdat u verzadigd bent, zodat u zult hongeren noch dorsten’.[12] ‘Deze persoonlijke ervaringen van het hart zijn de onwankelbare bron van blijvend geloof in de Heer Jezus Christus.’[13]

     


    [1] Geloofsartikelen 1:4.

    [2] Dallin H. Oaks, algemene aprilconferentie 1994; zie ook Moroni 7:33.

    [3] Johannes 20:25–29.

    [4] Zie bijvoorbeeld Romeinen 10:14–17, 3 Nephi 18:20, Moroni 10:3–5; 2 Nephi 31:20; zie ook Russell M. Nelson, ‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’, Liahona, mei 2018, p. 93.

    [5] Enos 1:3.

    [6] Enos 1:4.

    [7] Idem.

    [8] Enos 1:2.

    [9] Alma 32:41.

    [10] 2 Nephi 2:7.

    [11] Teachings of Spencer W. Kimball, red. Edward L. Kimball, p. 72–73.

    [12] Alma 32:42.

    [13] Zie Russell M. Nelson, ‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’.