Hoofdnavigatie overslaan

Bezoek Bisschop Waddell aan de wijken: Wassenaar & Zoetermeer

Bisschop Waddell
Bisschop Waddell

Onderweg vanuit Jeruzalem en Rwanda terug naar Salt Lake waren Bisschop W. Christopher Waddell (2e raadgever in de presiderende bisschap) met zijn vrouw Carol, en Elder David Mcmillan (Uitvoerend secretaris van de presiderende bisschap) met zijn vrouw Brenda, voor een zondagsdienst op bezoek in Zoetermeer. De wijken Zoetermeer en Wassenaar die elk in het kerkgebouw in Zoetermeer vergaderen hadden voor de gelegenheid een gezamenlijke dienst georganiseerd.

In de avondmaalsdienst sprak Zuster Carol Mcmillan over het advies van President Russell M. Nelson aan de leden van de kerk om alles te bestuderen dat ons kan helpen om te worden zoals onze Heiland. Zij haalde de woorden van Christus in 3 Nephi hoofdstuk 12 aan, waarin Hij ons aanspoort om “eenvoudig en zachtmoedig te zijn, barmhartig, rein van hart, vredestichters” (3 Ne 12: 3-9) De Heiland noemt als beloning hiervoor: ”het koninkrijk van de hemel, het beërven van de aarde, het verkrijgen van barmhartigheid, God zien, en de kinderen van God genoemd te worden.” Zij gaf haar getuigenis van de Kerk van Jezus Christus en van president Russell M. Nelson als profeet.

Broeder Mcmillan sprak over de 9-daagse reis die zij achter de rug hadden, om in Jeruzalem medewerkers van de Kerk uit Afrika en Europa te trainen, en om in Rwanda te kijken hoe het staat met humanitaire projecten van de Kerk. Hij gaf uitleg over het werk van de presiderende bisschap.

De presiderende bisschop is een driemanschap geroepen door het Eerste Presidium. Alle drie de leden worden geordend als bisschop en aangesteld als Algemene Autoriteiten om de gehele Kerk te dienen.

Onder leiding van het Eerste Presidium draagt de presiderende bisschap verantwoordelijkheid voor de financiën van de kerk, de aankoop van al het onroerend goed, de constructie en het onderhoud van alle tempels en gebouwen van de kerk, al het drukwerk, publicaties en tijdschriften van de Kerk, de productie van tempelkleding, de auto’s voor de zendelingen en werknemers, het welzijnsprogramma en andere humanitaire programma’s. Tot slot hebben zij de leiding over alle werknemers van de kerk.

Zuster Waddell keek terug op de recente vergadering waarin president Russell M. Nelson zichzelf als eerste aan de leden presenteerde als president van de Kerk, met zijn raadgevers Dallin H. Oaks en Henry B. Eyring, voordat hij de pers te woord stond. Hij benadrukte toen dat de Heer aan het roer staat van de kerk. Hij drukte de heiligen toen op het hard om “Op het Verbondspad te blijven”. Hij legde toen uit dat dit ook inhoudt altijd en overal als getuige te staan. Onze toewijding om op het verbondspad te blijven wordt gesterkt door ons tempelbezoek. Zuster Waddell vroeg ons om te kijken wáár wij staan op ons persoonlijke verbondspad. en wat onze volgende stap zou moeten zijn – kinderen, jongeren, volwassenen, leden die willen terugkeren keren op het verbondspad. Zij riep ons op om te kijken wat ons ervan weerhield om verder te gaan en om waar nodig ons te bekeren.

Bisschop Waddell vatte de taken van de presiderende bisschop samen in vier woorden: 


“Bereid de weg voor”


Het is de taak van de presiderende bisschap om in de Kerk de weg voor te bereiden, zodat het werk voorwaarts kan gaan; voor de leden om de tempel te bezoeken en alle kerkvergaderingen te kunnen bijwonen, zodat een volk wordt voorbereid om terug te keren naar Hemelse Vader.

Hij vertelde dat hij van president Eyring de raad kreeg om op de influisteringen van de Geest te vertrouwen. President Eyring zei: “Wij moeten zoveel beslissingen nemen, dat wij wel móeten vertrouwen op de Geest.” Hij bevestigde dat de presiderende bisschap zoveel knopen moet doorhakken, dat het werk niet zonder de influisteringen van de Geest kan worden gedaan. Hij roemde bovendien de kwaliteiten van broeder Mcmillan als uitvoerend secretaris.

Hij vertelde dat ze in en om Jerusalem waren rondgeleid door een professor van de BYU. Op alle bezochte plaatsen werd gezegd welke gebeurtenis in het leven van de Heiland er had plaatsgevonden, maar overal werd ook bijgezegd: “of ergens hier in de buurt.” Hij stelde de aanwezigen de vraag of “wij de extra kennis die wij hebben door het herstelde Evangelie gebruiken om beter te handelen?” “Zijn wij de Heiland voldoende indachtig om als verbondsvolk te leven?”

De profeet Alma zei tegen de leden van de kerk in Zarahemla (Alma 5: 6): “En nu, zie, ik zeg u, mijn broeders (en zusters), gij die tot deze kerk behoort, zijt gij u voldoende bewust gebleven van de gevangenschap van uw vaderen? Ja, en zijt gij u zijn barmhartigheid en lankmoedigheid jegens hen voldoende bewust gebleven? En voorts, zijt gij u er voldoende van bewust gebleven at Hij hun ziel uit de hel heeft bevrijd?

Bisschop Waddell sloot af met de aansporing om altijd de Heer voldoende te herinneren, zodat wij ons konden verbeteren. Om niet te doen wat gemakkelijk is, maar om te doen wat nodig is; ons aan onze verbonden houden. Dan zal de Heer ons individueel en als volk zegenen.