Boodschap van het Eerste Presidium uit de leiderschapsbijeenkomst van de algemene conferentie

    Boodschap van het Eerste Presidium uit de leiderschapsbijeenkomst van de algemene conferentie

    Tijdens deze geweldige algemene conferentie hebben wij het voorrecht om te vergaderen met leiders van de kerk van over de hele wereld. Ze krijgen instructie, en we bundelen onze krachten om de kinderen van God dichter bij het evangelie van Jezus Christus te brengen. Vanmorgen gaf het Eerste Presidium in een leiderschapsbijeenkomst instructie over enkele belangrijke thema’s. Het doet ons genoegen om leden en vrienden op de hoogte te brengen van de positieve ontwikkelingen die tijdens deze bijeenkomst aan bod kwamen.

    President Russell M. Nelson merkte op dat de Heer ons het afgelopen jaar heeft gezegend met ‘openbaring op openbaring, kennis op kennis […] – datgene wat vreugde brengt, datgene wat het eeuwige leven brengt’. We zijn allen ooggetuigen van de openbaringen van de Heer waarmee Hij de aangelegenheden van zijn kerk bestuurt. President Nelson sprak over onze bediening en bekering. Hij zei dat wij, als we de gave van bekering omarmen, vooruitgang zullen maken, dat onze bediening heiliger zal worden en dat ons gezin een centrum van evangeliestudie zal worden. Israël zal aan beide kanten van de sluier worden vergaderd, en we zullen de wereld op de wederkomst van Jezus Christus voorbereiden.

    Volgens president Dallin H. Oaks leert het evangelie van Jezus Christus ons om alle mensen lief te hebben en vriendelijk en beleefd met hen om te gaan – ook als we een andere mening hebben. God heeft alle zegeningen beloofd aan hen die ernaar streven zijn geboden te onderhouden, en het is onze plicht om ‘elkaars lasten te dragen zodat ze licht zullen zijn’. Hoewel we de leer van de Heer niet kunnen veranderen, willen we dat onze leden en ons beleid rekening houden met allen voor wie het sterfelijk leven een beproeving is. In zijn toespraak sprak president Oaks over de recente beleidswijzigingen van de kerk met betrekking tot lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender leden. (Meer informatie over die wijzigingen vindt u hieronder.)

    President Henry B. Eyring sprak over voortdurende openbaring in de ware, levende kerk. Hij zei dat de Heer zijn kerk altijd door openbaring aan profeten heeft geleid, vanaf de tijd van Adam en Eva tot nu, en dat zijn dienstknechten openbaring zullen blijven ontvangen totdat Hij terugkomt. Een van de redenen daarvoor is dat we de leiding van de Heer nodig hebben als omstandigheden veranderen. In de loop van de geschiedenis van de kerk heeft Hij dan ook wijzigingen in gebruiken en beleid aangebracht.

    Wij bidden dat deze leringen in dezelfde geest zullen worden ontvangen als wij ze van de Heer ontvingen en aan onze leiders overbrachten, namelijk als positieve, inspirerende instructies die velen tot zegen zullen zijn. Wij betuigen God onze dank voor zijn voortdurende leiding en liefde voor zijn kinderen, en nodigen onze leden uit om de leer van de Heiland, Jezus Christus, dat we God en onze naaste [moeten] liefhebben met hernieuwde toewijding te volgen.

    Hoogachtend,

    Het Eerste Presidium


    Toelichting door president Oaks

    In opdracht van het Eerste Presidium verklaarde president Oaks dat kinderen van ouders die zich identificeren als lesbisch, homoseksueel, biseksueel of transgender, met onmiddellijke ingang mogen worden gedoopt zonder voorafgaande goedkeuring van het Eerste Presidium, op voorwaarde dat de ouders die de voogdij hebben, toestemming voor de doop geven, en begrijpen welke doctrine een gedoopt kind zal leren en welke verbonden hij of zij zal moeten sluiten.

    Een ouder (of ouders) die geen lid van de kerk is (met inbegrip van lhbt-ouders), kan een waardig Melchizedeks-priesterschapsdrager vragen om zijn of haar baby een zegen te geven. Ouders die dat doen, moeten begrijpen dat leden van de wijk of gemeente hen geregeld zullen contacteren, en dat een kerklid contact met hen zal opnemen als het kind 8 jaar wordt, zodat het zich kan laten dopen.

    In het verleden werd een lid dat een homohuwelijk sloot als afvallig beschouwd. Hoewel dergelijke huwelijken nog steeds als een ernstige overtreding worden beschouwd, zullen ze met betrekking tot kerkelijke discipline niet meer als afvalligheid worden behandeld. Onzedelijk gedrag in heteroseksuele relaties en homoseksuele relaties zal op dezelfde manier worden behandeld.

    De beleidslijnen die vanmorgen zijn aangekondigd, zijn een verbetering voor de betrokken gezinnen. Bovendien zouden onze leden een toonbeeld van begrip, medeleven en liefde moeten zijn, waardoor respect en begrip onder alle mensen van goede wil toenemen. Wij willen dat er minder haat en onenigheid heerst. Wij geloven dat de meeste mensen – ongeacht hun overtuiging en geaardheid – een verlangen naar meer begrip en minder onenigheid koesteren. Dat is zeker ons verlangen, en wij roepen daarbij de hulp van onze leden en anderen in.

    Deze nieuwe beleidslijnen worden naar priesterschapsleiders over de hele wereld gestuurd, en zullen worden opgenomen in de online bijgewerkte versie van het kerkelijk handboek voor leiders. Deze wijzigingen veranderen niets aan de kerkelijke leer inzake het huwelijk, of de geboden van God met betrekking tot kuisheid en zedelijke reinheid. De leer van het heilsplan en het belang van kuisheid veranderen niet. Deze beleidswijzigingen zijn tot stand gekomen na een lange periode van overleg met onze broeders in het Quorum der Twaalf Apostelen, en na vurig, eensgezind gebed om de wil van de Heer in deze zaken te weten te komen.