De geestelijke weg; uit het leven gegrepen

Cor en Suzan Baaij

Ik ben geboren op 5 juni 1945 in Den Haag en kort daarna verhuisden mijn ouders naar Amsterdam. Ons gezin telde uiteindelijk 10 kinderen en dat vond ik niet altijd leuk omdat er meestal te weinig ruimte was ‘om op jezelf te zijn’. Mijn vader was een eeuwigdurende zoeker naar de geestelijke weg in het leven, maar voedde zijn kinderen niet daarin op. Op een dag kwam hij de zendelingen tegen en dat resulteerde voor ons hele gezin in een lidmaatschap van de kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Helaas werden mijn ouders en al de kinderen door menselijk toedoen minder actief, behalve ik. Ik weet niet waarom alleen ik actief bleef, maar het ging niet bewust. Ik ging als enige trouw naar de kerk en op 14-jarige leeftijd ben ik op 27 mei 1960 gedoopt. Mijn geestelijke ervaringen begonnen al vroeg, want toen ik 10 jaar oud was begon ik spontaan en uit mijzelf in de Bijbel te lezen. Dat was niet gewoon want op die leeftijd speelden de kinderen meestal met andere kinderen buiten en was de Bijbel lezen niet een favoriete bezigheid. Het was waarschijnlijk al een voorbereiding op het lidmaatschap van de kerk en een belangrijke stap om Christus in dit aardse leven te volgen.                                                                                                              

Als ik het goed heb onthouden was er in 1986 een regionale conferentie in Breda en daar zong ik mee in het koor. Voordat de conferentie begon zat ik alleen op de bank voor de tenoren te wachten. Op een bepaald moment werd president Howard W. Hunter, die in die tijd de president van de kerk was, in een rolstoel naar voren gereden. Toen ik dat zo gade sloeg hoorde ik een stem achter mij zeggen, luid en duidelijk: “Dit is een man God’s”. Geschrokken keek ik achterom maar ik zag niemand achter mij staan of zitten. Dat was een duidelijke manifestatie van de geest. Een aantal jaren daarna woonde ik in Camperduin en wij gingen in Alkmaar naar de kerk. Toen ik op een avond de hond uitliet, hoorde ik iemand zeggen: “Maak je leven in orde, want ik heb je nodig”. En weer was er niemand in de buurt. Het vreemde was dat ik pas een maand later van deze gebeurtenis bewust werd toen ik als gemeentepresident in Den Helder werd geroepen. Weer een aantal jaren daarna zat ik in de kapel van de Frankfort tempel te wachten en er ontspon een gezicht, waarin ik beleefde dat ik bij hemelse Vader werd geroepen, die zei dat het tijd werd om naar de aarde te gaan. Kort daarna kwam er een mooie engel binnen en Hij zei dat Hij die mee zou sturen naar de aarde. Hij was duidelijk bezorgd of ik mijn aardse tijd wel heelhuids door zou komen. Gelukkig heb ik mijn mooie (ook in geestelijke zin) engel gevonden en staat zij alweer bijna 56 jaar aan mijn zijde. Daar ben ik nog steeds zeer blij mee, ook met de mooie kinderen die zij ons beiden schonk.

Een andere bijzondere ervaring leidde tot diepe verwondering en deed mij beseffen dat de grenzen tussen de materiële en de spirituele wereld erg dun zijn. In mijn winkel van natuurvoeding volgens de beginselen van het Woord van Wijsheid, kwam een klant met een kinderwagen binnen. Hij zei tegen mij dat hij haar even meenam in de frisse lucht en hij liet mij in de wagen kijken. Toen ik dat deed begon de baby op een manier te reageren, waarvan de vader zei dat hij dat nog niet eerder had meegemaakt en zeker niet bij een vreemde. De reactie van de baby was alsof zij een bekende zag. Een lange tijd later zei de vader tegen het meisje dat zij weer “naar de winkel van Cor gingen”. Toen ze binnen kwamen riep ze: “waar is Cor, waar is Cor” en zij vloog mij in de armen en moest er even geknuffeld worden. Zo ging dat jaar in, jaar uit. Nu is zij 10 jaar en nog steeds als wij elkaar zien vliegt zij weer op mij af en volgt er een knuffel. Er is een band die door de tijd niet is verdwenen. Het bijzondere van alles vind ik dat ik voor haar een vreemde ben en geen familielid wat zij regelmatig ontmoet. Hierdoor krijg ik heel sterk de indruk dat wij elkaar in het voorbestaan gekend moeten hebben.

cor baaij en het meisje

Met het ouder worden ga je je afvragen waarom al die ervaringen nodig zijn geweest. Ten eerste, was ik zonder deze ervaringen zeker niet meer actief in de kerk geweest. En ten tweede is het mij nu duidelijk dat ik een HSP-er ben, een ‘high sensitive person.’ Deze mensen hebben in dit leven iets extra’s meegekregen en het werd mij duidelijk waarom ik al die ervaringen heb gehad. Ze zijn voor mij als een soort reddingsboei om overeind te blijven en te doen wat mijn missie hier op aarde is. Dat is om mensen te helpen om wakker te worden wat betreft het woord van wijsheid en daarin te blijven volharden. Ook al zijn de mensen om je heen en in de kerk niet altijd zover om jouw gevoelens en inzichten te begrijpen. En je begrijpt  beter dat wij hier op aarde zijn als leden van zijn kerk, om het evangelie van liefde ook daadwerkelijk en bewust in onze kerkgemeenschap tot leven te brengen en te houden. En daardoor een eenheid met elkaar en met onze Heiland te krijgen.