Hoofdnavigatie overslaan

Een gave van vrede en bescherming

Boodschap gebiedsleiding

Gebiedszeventiger
Ouderling Axel H. Leimer (Duitsland) Gebiedszeventiger

Wanneer we door de doop tot de kerk toetreden, worden we vervuld met hoop op het eeuwig leven, en op nader tot God komen door Hem beter te gaan begrijpen, en zijn doel voor ons beter te bevatten.1  In onze godsdienst zoeken we naar antwoorden op de moeilijkste levensvragen. Aanvankelijk kunnen we antwoorden krijgen van vrienden, vertrouwde leerkrachten, zendelingen, huisonderwijzers of de bisschop. Maar uiteindelijk moeten we leren om zelf van de machten van de hemel gebruik te maken en geestelijk zelfredzaam te worden.

President Henry B. Eyring heeft gezegd: ‘Velen […] hebben behoefte aan de zegen van persoonlijke openbaring die van onze liefdevolle hemelse Vader komt. […] We weten allemaal dat het gezonde verstand gebruiken en logisch redeneren niet voldoende zijn om antwoord op belangrijke vragen te krijgen. We hebben openbaring van God nodig. En we willen niet slechts één openbaring op een moment vol stress, maar een voortdurende stroom aan openbaringen. We hebben niet slechts een flits van licht en troost nodig, maar de voortdurende zegen van communicatie met God.’2

Ieder van ons kan persoonlijke openbaring ontvangen, op dezelfde manier als profeten en apostelen die krijgen — door de Heilige Geest. Hij is een geestpersoon. Hij getuigt van God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus3 en bevestigt alle waarheid door middel van geestelijke ingevingen en rustige gevoelens. Volgens de Schriften is deze communicatiemethode zacht en stil,4 en wordt er geen gebruik gemaakt van fysieke zintuigen, maar het hart en het verstand5 raakt, en soms doordringend en krachtig6 kan zijn. Die korte momenten zijn net als een lichtflits in het donker. 

Besluiten we ons in zijn kerk te laten dopen, dan krijgen we de belofte dat we altijd in het licht7,8 zullen leven. Geven wij gehoor aan ingevingen, dan wijden wij ons vollediger toe aan onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus. Aan het eind van zijn aardse bediening heeft Christus tegen zijn apostelen gezegd: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten. […] Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, namelijk de Geest van de waarheid […]. [Hij] zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.’9  Toen ontvingen de apostelen de gave van de Heilige Geest en bevestigden zij diezelfde gave door handoplegging, met het gezag van het Melchizedeks priesterschap,10 op anderen die zich hadden laten dopen.  Deze gave, ook wel de doop door vuur11 genoemd, werkt op voorwaarde van bekering en vergt van ons dat wij naar het evangelie leven.12

Zoals president Boyd K. Packer ons heeft geleerd, moeten we allemaal in staat blijven om gevolg te geven aan inspiratie zodat de Heer zuivere intelligentie in ons verstand kan gieten om ons iets te laten weten, leiding te geven, iets te leren en ons te waarschuwen.13  

Bedenk wat deze gave van voortdurende persoonlijke ingevingen en openbaring inhoudt:

•           Dat er een God is
•           Dat Hij ons persoonlijk kent
•           Dat Hij zijn kerk door profeten leidt en dat Hij de aanwijzingen die Hij hun geeft aan ons individueel zal bevestigen
•           Dat Hij om ons geeft, met ons wil spreken en ons wil leiden
•           Dat Hij onze keuzevrijheid respecteert
•           Dat we nooit echt alleen zijn

De gave van de Heilige Geest maakt ons geestelijk zelfredzaam, zodat we kunnen leren om zelf te handelen en niet met ons te laten handelen,14 en zodat ‘ieder mens mag spreken in de naam van God, de Heer, ja, de Heiland der wereld.’15

Deze gave is zo’n grote zegen!  Ze biedt ons de bescherming die we zo dringend nodig hebben en helpt ons om antwoorden op de belangrijkste levensvragen te vinden. De Heilige Geest brengt ons ertoe om ons vertrouwen te stellen in het volmaakte, vaste fundament van Jezus Christus, die onze kerk leidt, en er een getuigenis van te krijgen.  De profeet Helaman heeft dat het beste geformuleerd: ‘Bedenkt, bedenkt, het is op de rots van onze Verlosser, die Christus is, de Zoon Gods, dat gij uw fundament moet bouwen; zodat, wanneer de duivel zijn krachtige winden zendt, […] die geen macht over u zullen hebben om u neer te sleuren in de afgrond van ellende en eindeloos wee, wegens de rots waarop gij zijt gebouwd, die een vast fundament is; en als de mensen op dat fundament bouwen, kunnen zij niet vallen.’16

1. Johannes 17:3
2. Henry B. Eyring, ‘Voortdurende openbaring’, Liahona, november 2014
3. 2 Nephi 31: 18
4. LV 85: 6; 1 Koningen 19:11–13; 1 Nephi 17: 45
5. Dennis E. Simmons, ‘His Peace’, algemene conferentie, april 1997
6. Helaman 5:25, 29–31
7. James E. Faust, ‘The Gift of the Holy Ghost — A Sure Compass’, algemene aprilconferentie 1989
8. Zie Gospel Doctrine, p. 61
9. Johannes 14:18, 16–17, 26
10. Handelingen 2:38; Handelingen 8:12–25; LV 29:33; Moroni 2:1-3
11. Mattheüs 3:11; 2 Nephi 31:17; LV 19:31
12. Handelingen 2:38
13. Boyd K. Packer, ‘Deze dingen weet ik’, Liahona, mei 2013
14. 2 Nephi 2:13–14, 26
15. LV 1:20
16. Helaman 5:12