Hoofdnavigatie overslaan

Een oproep voor optimisme en het overwinnen van vooroordelen tijdens de ‘Wees één’-viering

De herdenking bestond uit muziek, dans en het gesproken woord

Wees een

‘Alleen begrip van het ware vaderschap van God leidt tot volledige waardering voor het ware broederschap van mannen en het ware zusterschap van vrouwen’, zei president Russell M. Nelson van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen op de viering van de veertigste gedenkdag van de openbaring van het priesterschap. ‘Dat begrip wekt het vurige verlangen op om samen te werken in plaats van zich af te scheiden.’

De toespraak van president Nelson op vrijdag 1 juni 2018 was het slot van het evenement van 90 minuten in het Conferentiecentrum op Temple Square, waar de openbaring aan de kerk in juni 1978, die de zegeningen van het priesterschap en de tempel voor al Gods kinderen waar ook ter wereld mogelijk maakte, met gezang, dans en het gesproken woord werd gevierd. Het evenement werd ‘Wees één’ genoemd. Dat is een verwijzing naar de mormoonse Schrifttekst waarin Jezus zegt: ‘ Wees één; en indien u niet één bent, bent u de mijnen niet’ (LV 38:27).

Vertellers brengen de verhalen van twee Afro-Amerikaanse heiligen der laatste dagen uit de negentiende eeuw, Jane Manning James en Elijah Abel, en ook van enkele heiligen der laatste dagen pioniers van de afgelopen vijftig jaar; onder meer Anthony Obinna uit Nigeria, Joseph William Billy Johnson uit Ghana, Victor Nugent uit Jamaica en Helvécio Martins uit Brazilië. De muziek werd verzorgd door Gladys Knight, die zeven keer een Grammy Award heeft gewonnen, de Saints Unified Voices, entertainer en YouTube-ster Alex Boyé, de familie Bonner, de Unity Gospel Choir International en leden van het Mormon Tabernacle Choir. In het totaal namen honderden zangers en dansers aan het jubileum deel.

Yvonne Baraketse, die de choreografie van de avond had geregeld en die als vluchtelinge in België tot de kerk toetrad, zei dat ze hoopte dat de mensen na het evenement op vrijdag een dieper begrip zouden hebben dat ‘we allemaal kinderen van God zijn, dat Hij ons liefheeft [en] een plan heeft voor ieder van ons’. Temanuata Laussen, een lid van het Saints Unified Voices Choir van Gladys Knight, uitte hetzelfde verlangen, en liet blijken hoe dankbaar ze was dat ze aan de viering kon bijdragen. ‘Ik kan niet eens beschrijven hoe enorm ik gezegend word door hier aan bij te dragen’, zei ze. ‘Het is zo geweldig dat we allemaal bij elkaar konden komen vanuit onze uiteenlopende culturen en achtergronden op het vlak van muziek en godsdienst. Ik hoop dat [de mensen], als ze naar huis gaan, de liefde van onze hemelse Vader, onze profeet, het Quorum der Twaalf Apostelen [en] ons Eerste Presidium voelen.’

President Dallin H. Oaks, die als eerste raadgever van president Nelson dient, opende de viering door te vertellen hoe hij over de openbaring van 1978 juni hoorde, die de beperking op de priesterschapsordening ophief en de kans op tempelzegeningen aan alle waardige heiligen der laatste dagen, mannelijk en vrouwelijk, beschikbaar maakte.

President Oaks die destijds president van de Brigham Young University was, werd thuis door een apostel opgebeld terwijl hij met zijn zoons in een berg aarde aan het spitten was. Toen hij de telefoon had aangenomen en het nieuws had gehoord, ging hij terug naar buiten, ging op de berg aarde zitten en huilde terwijl hij zijn zoons van de openbaring vertelde.

‘Ik had de pijn en frustratie gezien van wie onder deze beperkingen gebukt gingen en wie er kritiek op had, en probeerde ze te begrijpen. Ik had de redenen die toen werden gegeven bestudeerd en kreeg over geen enkele een bevestiging van de waarheid’, zei president Oaks. ‘Als onderdeel van mijn studie onder gebed, leerde ik dat de Heer in het algemeen zelden redenen opgeeft voor de geboden en leiding die Hij aan zijn dienstknechten geeft. Ik besloot trouw te zijn aan onze profetische leiders en te bidden – zoals aan het begin van deze beperkingen was beloofd – dat de dag zou komen dat iedereen op de zegeningen van het priesterschap en de tempel aanspraak kon maken. Nu, op 8 juni 1978, was die dag aangebroken en huilde ik van vreugde.’

Betreffende de vroegere beperkingen inzake het priesterschap en de tempel spoorde president Oaks aan tot een vooruitziende aanpak: ‘Laten we allen in eensgezind geloof vooruitkijken en vertrouwen in de belofte van de Heer dat “Hij hen allen [uitnodigt] om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, geknechte en vrije, man en vrouw” (2 Nephi 26:33).’

President Oaks zei dat een van de belangrijkste implicaties van de openbaring over het priesterschap de ‘goddelijke oproep is om onze vooroordelen tegen ongeacht welke groep van Gods kinderen op te geven’. Hij merkte op dat racisme de duidelijkste daarvan was, maar dat veel andere mensen vanwege hun etniciteit, cultuur, nationaliteit, opleidingsniveau of economische omstandigheden zijn vervolgd.

‘Als dienstknechten van God die de kennis en de verantwoordelijkheid van zijn grote heilsplan hebben, moeten we ons haasten om onze houding en daden, zowel in organisaties als persoonlijk, voor te bereiden om alle persoonlijke vooroordelen laten varen’, zei president Oaks.

Dat kan gebeuren als mensen zich bij De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aansluiten, zei president Nelson in zijn slottoespraak.

‘Verschillen in cultuur, taal, geslacht, ras en nationaliteit vallen uiteindelijk in het niet als de getrouwen zich op het verbondspad begeven en tot onze geliefde Verlosser komen’, zei hij. ‘[Mogen we] alle lasten van vooroordelen overwinnen en rechtschapen met God wandelen, en met elkaar, in volmaakte vrede en billijkheid.’