Een speciale oorkonde voor het indexeren van 270.000 namen

    Een speciale oorkonde voor het indexeren van 270.000 namen

    Onze hemelse Vader geeft geen medailles maar soms zijn er bijzondere momenten waarbij we even stil moeten staan. Dinsdag 13 augustus was zo’n moment. Broeder Anton van Dam kreeg een bijzondere oorkonde van bisschop Mitchell Swart en quorum president Willem-Paul Koenen van de wijk Apeldoorn. Sinds de vraag van het Eerste Presidium in 2004 om namen voor de internetsite Family Search te indexeren heeft Anton er meer dan 270.00 verwerkt. Als je gemiddeld 2 minuten per naam bezig bent, dan zal snel duidelijk zijn hoeveel tijd dit heeft gekost. Voor de wijk Apeldoorn reden om deze prestatie niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Naast de oorkonde kreeg Anton een mooie plaat van de Den Haag-tempel.

    Waarom is het indexeren nu zo belangrijk en hoe werkt het?

    In gesprek met Anton is het eerste wat hij zegt: ”Ik voorkom onnodig tempelwerk!”

    Het doel van indexering is om gezinnen en families correct en volledig te maken. De resultaten zijn voor iedereen toegankelijk, lid of geen lid van de kerk. Om namen op de site van Family Search te plaatsen zijn uit alle overheids- en kerkelijke archieven de aktes gefilmd en handmatig overgenomen. Deze zijn naar Salt Lake City gestuurd waar de namen zijn geregistreerd. Na de registratie worden ze teruggestuurd voor een extra controle. Als deze heeft plaatsgevonden worden de namen digitaliseerd en op de internet databank van Family Search geplaatst. Vanaf dat moment  zijn ze openbaar voor iedereen die geïnterresseerd is in familiegeschiedenis.

    De controle gebeurt aan de hand van de oude aktes. Anton controleert de geregistreerde namen met de aktes van het archief. Overigens moet je dat wel leren. De handschriften uit b.v. 1700 of 1800 zijn anders dan we nu gewend zijn. Daarnaast waren er toen ook verschillende manieren van noteren, die je moet begrijpen en kunnen lezen. Gelukkig wen je er volgens Anton snel aan. Na de eerste 1000 namen begin je het te zien. Ondanks dat pleit Anton voor een goede begeleiding voor mensen die dit werk gaan oppakken want je kunt het wel leren!

    Waarom besparen we er nu tempelwerk mee?

    Anton: “Stel je voor dat tot 1840 circa 40 % van de kinderen niet ouder werden dan acht jaar. Deze kinderen hoeven alleen maar aan hun ouders verzegeld te worden. Wat we echter zien is dat als iemand ontdekt dat er nog kinderen bij een gezin horen, er vaak niet wordt gekeken hoe oud deze kinderen zijn geworden. Het gevolg is dat voor deze kinderen in de tempel alle verordeningen worden gedaan die alleen voor volwassenen nodig zijn”. Bijzonder is de aandacht voor de doodgeboren kinderen. Ook die horen bij een gezin en kunnen dus aan dit gezin verzegeld worden. In de oude archieven werden deze kinderen maar deels geregistreerd. Ze hadden vaak geen naam en zouden dus niet hebben bestaan. Anton: “Als je hier achter komt, is het fijn je te realiseren dat je de gezinnen weer compleet maakt. Hoe mooi is dat!  Wat zullen ouders en kinderen in het hiernamaals blij zijn”.

    Als indexeerder geef je niet alleen informatie door, maar je helpt letterlijk mee aan het herstellen van gezinsverbanden. Je hebt dus een grote verantwoordelijkheid.

    Anton: “De Heer wil dat alles goed genoteerd wordt, uiteindelijk zijn het Zijn kinderen. Als wij ons allemaal realiseren dat dit werk zo belangrijk is en wij zetten er met ons allen de schouders onder, dan hoeft het indexeren geen monnikenwerk meer te zijn”.

    Het is en het blijft mooi werk. Met zijn 88 jaar is Anton er dagelijks mee bezig en elke keer als hij begint doet hij eerst een gebed. Altijd vraagt hij de hulp van de Heer. En elke keer stelt hij zich open voor Zijn begeleiding en voelt hij Zijn hulp. Soms een corrigerende hand bij een tikfout of soms aandacht voor iets vreemds. Maar telkens weer voelt hij de warme voldoening van dit dankbare werk.