Herinneringen aan het wonder van Slowakije

    Herinneringen aan het wonder van Slowakije
    Fred en Susan Yost, momenteel op zending in het gebiedskantoor van de kerk in Frankfurt, halen herinneringen op aan de handtekeningenactie in Slowakije, toen Fred Yost van 2004–2007 president van het zendingsgebied Praag was.
    Fred en Susan Yost, momenteel op zending in het gebiedskantoor van de kerk in Frankfurt, halen herinneringen op aan de handtekeningenactie in Slowakije, toen Fred Yost van 2004–2007 president van het zendingsgebied Praag was.

    Susan Yost en haar man, G. Fred Yost, kwamen eerder dit jaar in Frankfurt am Main aan, waar ze aan hun tweede Europese zending voor De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen begonnen. Hun terugkeer deed hen denken aan een ervaring die zij en hun vrienden een wonder noemen.

    Ouderling en zuster Yost assisteren en adviseren momenteel zendingspresidenten in het gebied Europa, maar tussen 2004 en 2007 was ouderling Yost zelf zendingspresident. Samen met zijn vrouw presideerde hij het zendingsgebied Praag in Tsjechië, dat nu het zendingsgebied Tsjechië/Slowakije heet.

    Toen president en zuster Yost in 2004 in Europa arriveerden, was de kerk in Slowakije nog niet officieel erkend. De registratie van de kerk was van essentieel belang voor haar groei en zending. Als erkende godsdienst zou de kerk onroerend goed kunnen kopen of huren; bankrekeningen openen; zendelingen in het buitenland financieel steunen; belangrijke godsdienstige ceremonies, zoals huwelijken en begrafenissen, regelen; en het evangelie zonder wettelijke beperkingen verkondigen.

    Een burger ondertekent de petitie.
    Een burger ondertekent de petitie.

    Volgens de Slowaakse wet moest de kerk echter twintigduizend Slowaakse burgers vinden die bereid waren om een petitie voor de registratie te ondertekenen. Zij moesten hun naam, adres en identificatienummer invullen en hun handtekening zetten. Maar door recente ontwikkelingen in Slowakije waren de inwoners niet scheutig om dergelijke gegevens bekend te maken. In 2006 lanceerden kerkleiders echter een petitie en vroegen Jonathon Tichy om als bewindvoerder en advocaat van de registratie op te treden.

    Tichy was daar op unieke wijze op voorbereid. Hij was Amerikaan van Slowaakse afkomst en had in Tsjecho-Slowakije een zending vervuld. Zijn vrouw was Slowaaks. Hij had eind jaren negentig in Praag gewerkt en had een goede band met zowel Tsjechische als Slowaakse overheidsfunctionarissen.

    De kerk huurde in augustus een bedrijf in om de twintigduizend handtekeningen te werven. Aan het eind van de eerste week hadden die professionals slechts tweehonderd handtekeningen verzameld. De samenwerking werd stopgezet.

    President Yost hield op 1 september 2006 een speciale zendingsconferentie, waarin hij aankondigde dat alle zendelingen in het zendingsgebied Praag de daaropvolgende week naar Slowakije zouden gaan om handtekeningen te verzamelen. ‘Het gevoel in de ruimte was geweldig’, aldus Susan Yost. ‘De Geest was heel sterk aanwezig. We keken vanaf het spreekgestoelte naar het gelaat van de zendelingen en zagen dat de groep er klaar voor was. Ze waren ervan overtuigd dat ze hun doel zouden bereiken. Op zondag hielden we een speciale vasten. We hadden de hulp van de Heer nodig.’

    Op 4 september begon een tachtigtal zendelingen handtekeningen te verzamelen. Susan Yost moet denken aan een jonge zendeling die net was aangekomen. Zijn Tsjechisch beperkte zich tot ‘Ik weet dat God leeft.’ Daarna wees hij naar de petitie, waarop de mensen zeiden: ‘We verstaan u niet. Waar hebt u het over?’ Vervolgens zei hij nogmaals: ‘Ik weet dat God leeft.’

    ‘En dan ondertekenden ze de petitie’, zegt Susan Yost. ‘Door dat kleine, eenvoudige getuigenis keken de mensen naar de petitie en werden ze geïnspireerd. Het was echt een wonder. Iedereen die erbij was, voelde de macht van de Heer elke dag – elke minuut van elke dag.’

    Tichy deed het vereiste papierwerk en diende het in. Vervolgens vergezelde hij op 18 oktober 2006 ouderling David A. Bednar, lid van het Quorum der Twaalf Apostelen, die ook Slowaakse voorouders heeft, naar een afspraak met dr. Jan Juran, bestuurder van het Slowaakse ministerie voor godsdienstzaken. Dr. Juran stelde hen officieel op de hoogte dat de petitie was goedgekeurd en de kerk erkend.

    Tichy herinnert zich: ‘We waren stomverbaasd door de ongelofelijke steun van andersgelovigen die de petitie ondertekenden, zodat de kerk kon worden erkend. We dachten aanvankelijk dat de hele onderneming minstens zes tot acht weken in beslag zou nemen, als het ons al zou lukken. Maar in zeven dagen (de eerste week vier dagen en de tweede week drie dagen) slaagden we erin om ruim 33 duizend handtekeningen te verzamelen.’

    Petr Valniček, toen president van de gemeente Bratislava en landelijk public-affairsbestuurder in Slowakije, zegt daarover: ‘Het was een wonderbaarlijke tijd. Kleine dingen werden met hoop en geloof gedaan om grote resultaten te bereiken. Dat geldt ook voor ons dagelijks leven. We proberen vaak dingen op te lossen, maar als we diezelfde hoop en datzelfde geloof hebben en onze hemelse Vader om hulp vragen, brengt Hij grote dingen teweeg.’