Hoe de tempel mij tot zegen is

    Boodschap van de gebiedsleiding

    Helmut D. Wondra
    Helmut D. Wondra Gebiedszeventiger

    Mijn liefde voor de tempel is ontstaan toen ik nog een kind was. Ik kende de tempel alleen van foto’s en verhalen. Telkens als mijn ouders weer thuiskwamen na een bezoek aan de Berntempel (Zwitserland), leken ze gelukkiger en vrolijker dan tevoren. En ze brachten altijd heerlijke chocolade mee. Zo kreeg ik als kind al een positieve associatie met het huis van de Heer.

    Toen ik 13 jaar was, had ik voor het eerst de kans om een tempel te zien en te betreden. Alleen al door naar de buitenkant te kijken, werd ik door de heiligheid en zuiverheid van de tempel geraakt. In de tempel voelde ik mij dicht bij de hemel. Die gevoelens zijn in de loop der jaren alleen maar intenser geworden.

    Boven de deur van de tempel staan de volgende woorden op de gevel: De Here gewijd. Het huis van de Heer.

    Jezus Christus is waarlijk de Heer van de tempel. Deze heilige huizen zijn aan Hem en onze hemelse Vader gewijd. Tempels worden geheiligd door de aanwezigheid van de Heilige Geest. Christus is de bron van de macht en het licht die van de tempel uitgaan. Alle symbolen en verbonden, alle tempelverordeningen verwijzen naar Hem en zijn grote verzoening. Ze helpen ons om meer zoals Hij te worden.

    Ons dagelijks leven verloopt vaak rumoerig en chaotisch. Als we het af en toe achterlaten, naar het huis van de Heer gaan en genieten van de vrede en heiligheid die er heersen, vinden we vrede voor onze ziel.

    In deze zuivere omgeving is het voor ons gemakkelijker om antwoorden te vinden op onze diepste vragen en bekommernissen. In zijn eerste boodschap als president van de kerk beloofde president Nelson het volgende:

    De verordeningen van de tempel en de verbonden die u sluit, zijn de sleutel tot het versterken van uw leven, uw huwelijk en gezin, en uw vermogen om de aanvallen van de tegenstander te weerstaan. Uw aanbidding in de tempel en uw werk in de tempel voor uw voorouders zal u zegenen met meer individuele openbaring en gemoedsrust en zal uw voornemen versterken om op het verbondspad te blijven.[1]

    Of de grote beloften van de tempel worden vervuld, wordt bepaald door onze trouw in het naleven van de tempelverbonden, en de mate waarin we ons werkelijk aan de Heer en zijn werk toewijden.

    We hoeven niet volmaakt te zijn om naar de tempel te gaan en de prachtige zegeningen die ons daar wachten te ontvangen. Wel moeten we de noodzakelijke getrouwheid nastreven en het offer van een gebroken hart en een verslagen geest aanbieden.[2] Voor mij betekent dit dat ik een kneedbaar, zacht hart moet ontwikkelen, een hart dat op mijn Vader in de hemel is afgestemd. Een verslagen geest betekent voor mij dat ik eerlijk moet zijn, dat ik moet inzien dat ik onvolmaakt ben en de hulp van de Heer nodig heb om bij mijn Vader in de hemel terug te keren.

    De Heer heeft beloofd:

    En gezegend zijn allen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen met de Heilige Geest worden vervuld.[3]

    De grootste zegening die ik in het huis van de Heer heb ervaren, was dat ik met mijn geliefde vrouw de grondslag van een eeuwig gezin legde. Dankzij de tempelverbonden en de verzegelbevoegdheid die in de tempel wordt gebruikt, hebben wij de belofte dat ons huwelijk voor tijd en alle eeuwigheid is, als wij trouw blijven aan onze verbonden. Wij hebben de belofte dat wij samen met onze dierbaren voor altijd in de tegenwoordigheid van Jezus Christus en onze hemelse Vader kunnen wonen.

    De vervulling van deze belofte is elk offer waard.

    Laten wij een volk zijn dat zo vaak mogelijk naar de tempel gaat, om geheiligd en gereinigd te worden, om openbaring en kracht uit den hoge te ontvangen, om onze voorouders te dienen, en om alle zegeningen die onze hemelse Vader voor ons in petto heeft te ontvangen, door de verbonden van het evangelie en de genade van Christus.


    [1] Boodschap van het Eerste Presidium, 16 januari 2018

    2 Zie 3 Nephi 9:20

    3 3 Nephi 12:6