Hoofdnavigatie overslaan

Verslag van de ringconferentie van de ring Den Haag

Ring den haag

Op zondag 24 juni 2018 werd in het conferentiecentrum Leeuwenhorst in Noordwijkerhout de ringconferentie van de ring Den Haag gehouden. Deze werd gepresideerd door ouderling Francisco J. Ruiz de Mendoza, gebiedszeventiger in het gebied Europa en lid van het derde quorum van zeventig. Aan de leden van de ring Den Haag werd gevraagd om als voorbereiding op de conferentie de teksten in 2 Nephi 2:16 en 21, Mozes 7:18 en L&V 104:15-17 te lezen. Het ringpresidium moedigde ons aan om vragen uit deze teksten op te schrijven en met een open hart en vertrouwen in de Heer naar de conferentie te komen. Zij getuigden dat wij antwoorden op onze vragen zouden vinden en dat dit ons getuigenis zou versterken.

Bij de ondersteuning werd duidelijk dat er een wisseling was in het ringpresidium, waarbij  Maarten ’t Hoen werd ontheven en Daniel Peschier werd voorgesteld als raadgever in het ringpresidium.

Na zijn ontheffing gaf broeder ’t Hoen als eerste zijn getuigenis. Hij bedankte alle leden voor de ondersteuning die hij in de afgelopen drie en een half jaar had ontvangen en voor het voorrecht om in de kerk te mogen dienen. Het had zijn getuigenis versterkt en veel vriendschap gebracht. President Peschier sprak over zijn nieuwe roeping, de derde keer dat hij in een ringpresidium mag dienen. ‘Het is met ons allen zoals het was met de profeet Samuel: als de Heer roept dan doen wij het’. Hij haalde de belofte van de Heer aan in Mosiah 24:14, waar Hij belooft de lasten die Alma en zijn broeders waren opgelegd te verlichten, zodat zij ze zelfs niet zullen voelen. Zo zal het ook met ons zijn als wij dienen en de Heer geven wat wij kunnen geven.

Ring presidium
Het oude en nieuwe Ring Presidium in gezelschap van elder Mendoza

President Scheltinga bedankte broeder ’t Hoen en zijn vrouw voor hun inzet en toewijding in de roeping die hij in het ringpresidium vervuld had. Hij haalde een ervaring aan tijdens een recente vlucht in een vliegtuig. In de veiligheidsinstructies wordt gezegd dat in geval van nood wij eerst het zuurstofmasker zelf moeten opzetten en daarna anderen moeten helpen. Het is in feite hetzelfde met stoffelijke en geestelijke zelfredzaamheid: eerst voor jezelf zorgen en dan anderen helpen.  Hoe zorgen wij in ons rentmeesterschap voor onze gezinnen en naasten? Leven we met ons getuigenis op geleende zuurstof? Waarderen wij de schriften die ons geestelijke zuurstofmasker zijn? Pas dan zullen wij anderen kunnen helpen in hun geestelijke behoeften te voorzien.

Zuster Sheila Prins deelde een mooie ervaring over het nemen van verantwoordelijkheid voor onze daden. In haar gezin hadden de kinderen besloten om iets te doen aan het taalgebruik in hun omgeving, wat resulteerde in een actie op school en op de korfbalclub. Zelfs de schoolleiding was enthousiast na het zien van een kerkvideo over dit onderwerp. Er zou een gastles worden gegeven door de Bond tegen het Vloeken en de kinderen werden ontmoedigd om slechte taal te gebruiken. Dit lijkt een succesverhaal, maar de les werd uiteindelijk niet gegeven en op sommige kinderen had de actie zelfs een tegengesteld effect. Toch voelden de kinderen uit hun gezin in hun hart dat deze actie goed was geweest en dat ze gehoorzaam moesten zijn aan de geboden en daar hun verantwoordelijkheid in moesten nemen.

Zuster Nicole de Jong sprak over het geven aan de armen. Maar in L&V 104 staat dat dit wel moet gebeuren op de wijze van de Heer. ‘Ik hoef niet alles aan de armen te geven want ik moet zelf kiezen hoe uit eigen vrije wil goed te doen. Zo zorgen wij in eenheid voor elkaar en voor anderen’.

Zuster Bunnell vertelde over het succes van Ammon onder de Lamanieten en dat de Heer hen vertroostte toen ze zich bedrukt voelden. Dat zal Hij doen als we doorgaan, alles geven en beproevingen in geduld dragen. Ze zei dat succes in zendingswerk veel verschillende kanten heeft en dat ze zo dankbaar was voor de kans om hier te dienen. President Bunnell

dankte voor de ondersteuning die aan hen en de zendelingen in de afgelopen drie jaar was gegeven. Recentelijk waren er enkele nieuwe leden tot de kerk gekomen en zij waren op de conferentie aanwezig. Hij vertelde hoe blij hij was dat zij een verlangen hadden om tot Christus te komen.

Omdat het voor zendingspresident en zuster Bunnell en tempelpresident en zuster van Dam de laatste ringconferentie van de ring Den Haag was die zij bijwoonden, bedankte president Scheltinga hen eerder tijdens de conferentie voor het vele werk wat zij tijdens hun zending hebben verricht.

Ring presidium
Het volledige Ringpresidium met Elder Mendoza

Ouderling Ruiz de Mendoza ging in zijn toespraak terug naar de tijd dat hij de kerk onderzocht. Net als Alma de jonge wilde hij dat hij door een engel van God zou worden bekeerd en tastbaar bewijs zou hebben dat God bestaat.  Maar de sleutel tot geestelijke bekering staat in Alma 5:45-46.

“[…] Zie, ik getuig tot u te weten dat deze dingen waarover ik heb gesproken waar zijn. En hoe denkt gij dat ik dit zo zeker weet? Zie, ik zeg u : ze worden mij bekendgemaakt door de Heilige Geest Gods. Zie, ik heb vele dagen gevast en gebeden om deze dingen voor mijzelf te kunnen weten. En nu weet ik inderdaad voor mijzelf dat ze waar zijn, want de Here God heeft ze mij door zijn Heilige Geest geopenbaard;[…]”

‘Als de godheid direct met ons communiceert kan ons getuigenis niet worden gewist. Wanneer wij weten dat wij goddelijke oorsprong hebben dan zullen wij niet over alles openbaring ontvangen, maar wel over de beginselen van het evangelie van Jezus Christus. Als bekeerling heb ik veel over de geschiedenis van de kerk gestudeerd maar mijn getuigenis is niet op deze kennis gebaseerd’. Ouderling Ruiz de Mendoza haalde daarna een gebeurtenis uit zijn leven aan, waardoor hij zeker wist dat kennis was overgebracht door de Heilige Geest.  ‘Ik vergelijk mijzelf soms met Oliver Cowdery, die door toeval in het leven van Joseph Smith leek te zijn gekomen. Hij was een rationeel mens en hij wilde bewijs hebben dat Joseph Smith een profeet van God was. Maar hij had nooit aan Joseph Smith verteld dat hij dit aan de Heer had gevraagd. De Heer geeft dan een openbaring aan Joseph, waarin Hij zich in L&V 4:22 tot Oliver richt en zegt:

‘“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Indien u een verder getuigenis verlangt, denk dan terug aan de nacht toen u mij in uw hart aanriep om de waarheid van deze dingen te mogen weten.”’

‘Toen Oliver dit had ontvangen was al zijn angst weg en kon het grootste deel van het Boek van Mormon worden vertaald . Broeders en zusters, wees een instrument in God’s handen en open uw mond om zijn getuige te zijn. U heeft een fijne ring. Geef uw volle ondersteuning aan uw leiders. God houdt immens veel van u. Bid uw angsten weg’.

president Bunnell en president van Dam
President Bunnell en zijn vrouw, President van Dam en zijn vrouw