Hoofdnavigatie overslaan

Vrouwen in geloof: Godsdienstvrijheid

Vrouwen in Geloof

Leden die voldoende Engels begrepen waren uitgenodigd om in het Europees Parlement te Brussel een interessant evenement bij te wonen over godsdienstvrijheid en gelovige vrouwen.

Buiten de opsomming van verschillende onderzoeksresultaten rond godsdienstvrijheid en geweldpleging door godsdienst, konden de aanwezigen toch genieten van enkele krachtige uitspraken van de sprekers. Het is niet de bedoeling om hier een volledig verslag van alle toespraken te geven, maar stil te staan bij de rode draad doorheen alle toespraken.

Godsdienstvrijheid is gelinkt aan de mensenrechten en is een van de meest belangrijkste vrouwenrechten. Vrijheid van denken en geweten kent geen gender. Er is een duidelijke link tussen godsdienstvrijheid, economische stabiliteit en de ontwikkeling van vrouwen.

Dr. Anna Zàborski (medisch geneesheer en lid van het Europees Parlement) benadrukte dat moederschap geen last maar een speciale gave was en dat gelovige vrouwen sterke vrouwen zijn.

Dr. Jan Figel (Europese politicus die binnen en buiten de EU rond godsdienstvrijheid werkt) vertelde hoe zijn vader in het voormalige Oostblok de negatieve gevolgen van godsdienstbeperkingen had ervaren. Hij gaf ook mee dat ¾ van de huidige wereldbevolking leeft in gebieden met een godsdienstbeperking en dat de vijandigheid nog steeds toeneemt.

Dr. Figel beklemtoonde dat eenheid pas kan werken als alle minderheden gerespecteerd worden. Vrouwen kunnen daarin een speciale rol spelen. Niet alleen omdat ze 50% van de bevolking uitmaken, maar omdat ze moeder, dochter, zuster, … zijn. Godsdienstvrijheid en gelijkwaardigheid voor man en vrouw gaan hand in hand samen.

Alle mensenrechten zijn met elkaar verbonden. Godsdienstvrijheid is essentieel om de vrijheid te bewaren van geweten en denken. Onderwijs is een belangrijk middel en invloedrijke gelovige vrouwen zijn nodig om de maatschappij te verbeteren. Het is volgens Dr. Figel mogelijk om de wind te keren.  

Jean B. Bingham (algemene ZHV-presidente in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen) zei dat de invloed van vrouwen op geloof heel belangrijk is. Elk mens moet de mogelijkheid hebben de zin van zijn bestaan te vinden en daarom is godsdienstvrijheid zo belangrijk.

Godsdienstvrijheid is gelinkt aan en beschermt de rechten van de mens. Vrouwen kunnen mishandeld worden in naam van geloof, maar godsdienstvrijheid keurt in geen geval geweld goed. Godsdienstige disputen kan je niet oplossen met geweld: de mensenrechten moeten gerespecteerd worden.

Jean Bingham vertelde het verhaal van de zonen van Helaman in het Boek van Mormon en zei dat moeders thuis veel invloed kunnen uitoefenen. In de Bahai godsdienst vergelijkt men de mensheid met een vogel. De twee vleugels zijn de man en de vrouw. Als één vleugel uit balans geraakt kan de vogel niet vliegen. Als de situatie van de vrouw verbetert, zal de wereld verbeteren.   

Sandra Jolley (vice chair of the U.S. commission i.v.m. godsdienstvrijheid) verklaarde dat vrouwen toegang nodig hebben tot juiste gegevens, tot educatie, grotere erkenning en onderzoeken. Godsdienstvrijheid betekent individuele vrijheid van denken voor meisjes en vrouwen, in tegenstelling tot de kinderhuwelijken, eremoorden, gedwongen huwelijken en geweld thuis.

Dr. Nazila Ghanea (professor in internationale mensenrechten) zei dat er veel geweld tegen vrouwen gepleegd wordt in de naam van godsdienst – niet in de naam van godsdienstvrijheid. Dit druist uiteraard in tegen de mensenrechten.

Gillian Kitley (U.N.hoofd van het bureau genocide preventie) benadrukte dat elk menselijk leven waarde heeft. Godsdienstige leiders zijn dikwijls ook politieke leiders die met geweld misbruik maken van godsdienst. Het is belangrijk dat vrouwen zich kunnen ontwikkelen.

Amador Sanchez-Rico (deputy head of division human rights) zei dat mensenrechten en godsdienstvrijheid gebaseerd zijn op gelijkheid. Hij riep op om de krachten te bundelen voor het beste effect.

Na al die toespraken was er eventjes tijd voor vragen. Wat niet beantwoord werd en wat bij velen toch bleef hangen was de vraag van Jean Bingham: ‘Wat kunnen wij persoonlijk, in onze sfeer, doen?’

Opzoekingswerk, papieren verslagen en toespraken op zich zullen godsdienstvrijheid niet zomaar vrijwaren. We kunnen er allemaal over denken en praten en dan verandert er misschien toch wel iets.