Zijn handen zijn steeds naar ons uitgestrekt

    edwin traas

    In mijn hele leven zijn mij een aantal ervaringen bijgebleven waardoor ik weet dat onze hemelse Vader altijd over ons waakt en met ons begaan is. Zijn handen zijn altijd naar ons uitgestrekt.

    Momenteel ben ik door de ziekte MS aan bed en rolstoel gebonden. De ziekte werd bij mij geconstateerd toen ik in 2010 door mijn benen zakte terwijl ik beton aan het storten was bij het bouwen van een woning. Ik was toen 39 jaar oud. De jaren daarna kreeg ik steeds meer last van deze ziekte en was ik bang uiteindelijk in een rolstoel terecht te komen. Ik hoopte te genezen door een stamceltransplantatie te ondergaan. Aangezien dit in Nederland niet mogelijk was ben ik hiervoor in januari 2018 naar een privé kliniek in India afgereisd. Ik wist dat dit een riskante operatie was, maar ook een kans op volledige genezing. Helaas bracht de operatie niet het gewenste resultaat.  Ik heb een aantal weken in coma gelegen en mijn ouders reisden naar India  met de gedachte mij niet meer levend te zien.

    Wat ik niet wist was dat er thuis veel voor mij gebeden en gevast werd en er gebeurde een wonder: ik ben er nog steeds! In maart 2018 werd ik overgebracht naar het Amphia Ziekenhuis in Breda, daarna heb ik tijdelijk in een verpleeghuis in Tholen gewoond en nu woon ik in Verpleeghuis Ter Valcke in Goes. Maar uiteindelijk is mijn ergste nachtmerrie waarheid geworden en ben ik veroordeeld tot een leven in gedeeltelijke quarantaine, gekluisterd aan bed en rolstoel. Daarbij is mijn korte termijn geheugen erg slecht en wordt mijn fysieke gesteldheid steeds minder. Vaak vraag ik mezelf af waarom mij dit is overkomen en of Zijn handen ook nog naar mij zijn uitgestrekt.   

    Wanneer deze vragen door mijn hoofd spoken komen een aantal herinneringen steeds bij mij terug. Ten eerste hoe ik lid van de kerk geworden ben. Een minder actief lid van de kerk speelde hierin een grote rol. Dat was in 1998 toen ik in Richmond, Virginia USA woonde.  Ik bezocht in die tijd de vergaderingen van de Baptisten. Op een dag kreeg ik autopech. Ik besloot hulp te halen bij de dichtstbijzijnde benzinepomp. Daar werd ik geholpen door een minder actieve zuster van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Achteraf bezien vond ik het wonderlijk dat ik zo niet alleen in contact kwam met een notabene minder actief lid van de kerk, maar dat zij mij ook over de kerk vertelde en mij uitnodigde om op de volgende zondag met haar naar de kerk mee te gaan. De zendelingen kwamen bij mij thuis om me te onderwijzen en ik wist al snel dat ik niet verder hoefde te zoeken naar de ware kerk. Kort hierop werd ik gedoopt.

    Een tweede voorval wat ik steeds in herinnering krijg is de droom die ik telkens had in mijn jonge jaren. Ik droomde dat ik nog thuis woonde en erg bang was. Het was alsof er boze geesten rondom mij waren, die mij kwaad wilden doen. Ik zocht hulp en bescherming bij mijn ouders die in de andere slaapkamer sliepen. Ik maakte hen wakker om hen te waarschuwen en om bescherming te vragen. Ik praatte met hen en vertelde over mijn angsten, maar het leek of ik ze niet wakker kon krijgen.

    Tot op de dag van vandaag heb ik hen in geestelijk opzicht niet wakker kunnen krijgen. Ik zou hen zo graag het herstelde evangelie willen geven,  met al de kennis en bescherming die ons dat biedt. Het zijn fantastische mensen en ik hou heel veel van hen, nu meer dan ooit! Vroeger had ik een moeizame relatie met mijn vader. We hebben hetzelfde karakter en dat botste geregeld. Maar sinds mijn behandeling in India is de relatie met mijn vader enorm verbeterd en zijn we dichter naar elkaar gegroeid dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ook de mening van mijn ouders over de kerk is in positieve zin veranderd. Ik ben ervan overtuigd dat mijn huidige situatie het schijnbaar onmogelijke mogelijk heeft gemaakt en dat de tijd zal komen dat mijn ouders het evangelie zullen aannemen.

    Tenslotte herinner ik me telkens een bijzondere gebeurtenis in het verkeer. In mijn leven heb ik tot mijn grote spijt veel met pornografie te maken gehad. Ik bezocht regelmatig de verkeerde videotheken en clubs. In die tijd was ik nog niet bekend met de zedelijke normen van de kerk. Toen ik na weer zo’n avondje losbandigheid Antwerpen verliet, overkwam mij iets onverklaarbaars. Ik reed naar huis op de A-58 en was achter het stuur in slaap gevallen toen ik de Vlaketunnel uitreed. Op dat moment reed ik ongeveer 120 km per uur en zou dus normaal gesproken tenminste van de weg zijn geraakt en tegen de vangrail of iets anders zijn gebotst. Maar, en dat verbaast mij nog steeds, door onverklaarbare oorzaak kwam mijn auto met piepende banden tot stilstand. Toen ik mijn ogen open deed, was ik met mijn auto precies binnen de lijnen van de rijstrook stil komen te staan, maar wel in tegengestelde richting! Het was alsof ik een teken kreeg dat mijn leven de verkeerde richting op ging, wat natuurlijk ook het geval was.  Ik weet dat Christus ons uitnodigt tot Hem te komen. Het maakt niet uit hoe ver we van Hem verwijderd zijn, het gaat er om welke kant we op willen gaan.

    Jaren later kreeg ik van een broeder een zegen waarin mij werd verteld dat ik niet langer hoefde te zoeken. Ik was aangekomen bij het huis van de Heer, waar een plaats voor mij bereid was. Ik hoop dat we dit allemaal mogen voelen, dat onze zoektocht ten einde is. Hoewel onze vragen nog niet allemaal zijn beantwoord, wacht onze Heiland om ons in zijn armen te kunnen sluiten en onze tranen te drogen.