Hoofdnavigatie overslaan

De levende profeet volgen

Boodschap van de gebiedsleiding

Ouderling Torben Engbjerg (Denemarken)
Ouderling Torben Engbjerg (Denemarken) Gebiedszeventiger

In de lente van 1977 zat ik in een vliegtuig onderweg naar Kopenhagen. Ik was 20 jaar oud, was gedoopt in San Leandro (Californië, VS), en ik had er net twee semesters aan de Brigham Young University opzitten. Ik was onderweg naar huis om tijdens de zomervakantie geld te verdienen om aan de BYU verder te studeren. Dat dacht ik tenminste!

Tijdens de lange vlucht probeerde ik wat te slapen, zodat ik uitgerust was voor het weerzien met mijn familie – het eerste weerzien sinds ik lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen was geworden.  Ik kon de slaap maar niet vatten.  De woorden van president Kimball, die toen de profeet was, bleven maar door mijn hoofd spoken. Hij zei: ‘Iedere waardige jongeman behoort op zending te gaan.’1 Ik hield mezelf voor dat ik te oud was.Tegen de tijd dat ik kon vertrekken, zou ik 22 jaar zijn. Drie jaar ouder dan de meeste ouderlingen die op zending gingen. Maar ik bleef president Kimball horen. Het leek wel alsof hij vlak naast mij zat. Hij hield mij wakker, en ik kon hem niet negeren.

Omdat ik besefte dat er anders van slaap niets in huis zou komen, zei ik uiteindelijk tegen mijn hemelse Vader: ‘Goed dan. Als U iemand inspireert om mij te vragen een zending te vervullen, dan zal ik gaan.’  Dat werkte. Ik viel in slaap en sliep tot het vliegtuig geland was. Ik dacht niet meer aan wat ik de Heer had beloofd, of aan president Kimball. 

Doelen gebiedspresidium

Op de vierde dag na mijn aankomst in het noorden van Denemarken ging ik naar de kerk in de gemeente Aalborg.  Ik kende daar niemand.  Na de avondmaalsdienst kwam de gemeentepresident, Johannes Vestbø, op mij af en zei: ‘Ik weet niet wie je bent, maar met dat witte hemd en dat pak zie je eruit als een lid van de kerk.  Klopt dat?’  Ik bevestigde dat ik inderdaad lid was, en hij vervolgde: ‘Kom je mee naar mijn kantoor? Dan kunnen we verder kennismaken.’  Dat gesprek duurde niet langer dan tien of vijftien minuten.  Al na enkele minuten zei hij: ‘Het is zo vreemd, want ik ken jou niet, maar ik heb heel sterk het gevoel dat de Heer wil dat ik jou vraag om op zending te gaan.  Zou je dat willen doen?’

We werden beiden overspoeld door de Geest, en de tranen stroomden over onze wangen toen ik hem vertelde wat ik de Heer vier dagen eerder had beloofd.  Ik wist wat mij te doen stond: de stem van de levende profeet volgen.  Kort daarna diende ik mijn aanvraag voor een zending in, en in plaats van terug te gaan naar BYU, ging het geld dat ik die zomer had verdiend naar mijn zending. In november van datzelfde jaar begon mijn zending in het gebied Londen (Engeland). 

Nu het nieuwe jaar is begonnen en we persoonlijke doelen stellen in overeenstemming met het jaarplan van 2019 voor het gebied, weet ik uit ervaring dat het belangrijkste doel, ‘Volg de profeet’, tot de grootste zegeningen leidt.  Als we de profeet volgen in alle raad die hij ons geeft, ‘zal ons geloof in onze hemelse Vader en Jezus Christus sterker worden’. 

De levende profeet is de spreekbuis van de Heer op aarde. ‘Een profeet staat niet tussen u en de Heiland in.  Hij staat juist naast u en wijst de weg naar de Heiland.’2 In 3 Nephi 20:24 staat: ‘[…] alle profeten […] hebben van [Christus] getuigd’. De profeet verkondigt ons eeuwige waarheden en geeft ons wijze raad.  ‘Elke keer dat ik naar het advies van profeten geluisterd heb, het in mijn gebed bevestigd werd en ik het opvolgde, merkte ik dat ik veilig was.’3 De profeet moedigt ons aan de geboden te onderhouden, wat tot geluk, vrede en eeuwig leven leidt.   

Ik Volg de levende profeet nu al vier decennia.  Mijn hele familie en ik zijn rijkelijk gezegend doordat ik in 1977 besloot de profeet te volgen.  Ik nodig ons allen uit om persoonlijke doelen te stellen en ons voor te nemen de profeet te volgen. Dan zullen ontelbare zegeningen ons ten deel vallen, zowel in dit leven als in het hiernamaals. 

__________________________________

1 Spencer W. Kimball, Boodschap van het Eerste Presidium, november 1977, ‘It Becometh Every Man’, 3e alinea

2 Neil L. Andersen, ‘De profeet van God’, Liahona, mei 2018

3 Henry B. Eyring, ‘Veiligheid door raad op te volgen’, Liahona, juli 1997, p. 25