Vriendschap met Christus

    Boodschap gebiedsleiding

    Elder Erich W. Kopischke,
    Ouderling Erich W. Kopischke Tweede raadgever, gebiedspresidium Europa

    Kort voor het eind van zijn aardse bediening kwam de Heiland met zijn apostelen bijeen. Hij wist dat Hij op het punt stond om de hele mensheid zijn grootste gave te geven. Hij wist dat dit het lijden in Gethsémané en de wrede dood aan het kruis inhield. Hij wist ook dat zijn discipelen zijn zending na zijn lijden, dood en opstanding voort zouden moeten zetten. Hij wist dat het niet voldoende was om de mensen alleen de gave van de verzoening te geven, maar dat het belangrijk was dat zij die ook zouden aanvaarden. Daarom waren zijn leringen vooral gericht op manieren waarop wij, als zijn discipelen, het meeste uit die gave kunnen halen.

    Eén punt dat de Heiland naar voren bracht, was het belang om een nauwe band met Hem te onderhouden. Hij zei: ‘Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.’[1]

    Vervolgens maakte Hij duidelijk hoe wij een nauwe band met Hem kunnen onderhouden, door het volgende te beklemtonen: ‘Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. […] Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden. Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb. Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden. U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.’[2]

    Christus gaf ons een eenvoudige driestappenformule om dagelijks de zegeningen van zijn verzoening te ontvangen, en zijn vriendschap en hulp te krijgen: in Hem en in zijn woorden geloven, elkaar liefhebben, en zijn geboden onderhouden.

    Vandaag wil ik het alleen over dat eerste hebben: in Hem en in zijn woorden geloven. Als we op problemen stuiten en het leven moeilijk wordt, geloven we dan nog wel echt in Hem? Geloven we dat zijn leer op ons persoonlijk van toepassing is? Hij heeft gezegd: ‘Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.’[3] Jesaja heeft ons deze troostgevende gedachte gegeven: ‘[…] de Heere Heere zal de tranen van alle gezichten afwissen.’[4]

    Joseph M. Scriven (1819–1896) was 25 jaar, hij was verliefd, en hij had trouwplannen. De dag voor zijn huwelijk verdronk zijn verloofde bij een tragisch ongeluk. Overmand door verdriet verliet Joseph zijn vaderland om in Canada een nieuw leven te beginnen. Toen hij daar een baan als leraar had gevonden, werd hij opnieuw verliefd. Hij verloofde zich met Eliza Roche, een familielid van een van zijn leerlingen.

    Josephs dromen vielen weer in duigen toen Eliza voor hun huwelijk ziek werd en overleed. Hoewel we ons kunnen indenken hoe ellendig deze jonge man zich gevoeld moet hebben, vond hij volgens de geschiedenis steun in zijn geloof in God.

    Hij trouwde niet, maar gaf de rest van zijn leven van zijn tijd, geld en zelfs de kleren die hij droeg om mensen te helpen die het minder goed hadden dan hij. Hij wijdde zijn leven aan het verbreiden van christelijke naastenliefde en mededogen, waarheen hij ook ging.

    Rond de tijd dat Eliza overleed, kreeg hij bericht uit Ierland dat zijn moeder ziek was. Hij was niet in staat om haar te bezoeken, dus schreef hij haar een brief tot troost, en sloot een van zijn gedichten bij, met de titel Wat hebben wij een Vriend in Jezus.

     

    Wat hebben wij een Vriend in Jezus (op de melodie van ‘Israël, hoor, God roept u allen’)

    Wat hebben wij een Vriend in Jezus, Die al onze zonde en verdriet draagt!
    Wat een voorrecht, om in gebed al onze lasten aan God te geven!
    O, wat een vrede verspelen wij vaak, wat een verdriet dragen wij onnodig mee.
    Allemaal doordat wij onze lasten niet in gebed aan God geven.

    Hebben wij beproeving en verleiding? Is er moeite in ons leven?
    We moeten nooit ontmoedigd raken; leg het in gebed aan de Heer voor.
    Kunnen wij een vriend vinden die trouw ons verdriet met ons draagt?
    Jezus kent al onze zwakheden; leg ze in gebed aan de Heer voor.

    Zijn wij zwak, gaan wij onder moeite gebukt, zijn wij met zorgen belast?
    Leg het in gebed aan onze lieve Heiland en Heer, onze Toevlucht, voor.
    Bent u door uw vrienden veracht en verlaten? Leg het in gebed aan de Heer voor!
    Hij neemt u in zijn armen en beschermt u; daar vindt u troost.

    Lieve Heiland, U hebt beloofd om al onze lasten te dragen.
    Heer, mogen wij in oprecht gebed alles aan U overlaten.
    Spoedig zal er geen noodzaak tot gebed meer zijn als wij door helder licht zijn omgeven.
    Daar zullen verrukking en eindeloze aanbidding ons heerlijke deel zijn.

    Ik bid dat wij dit jaar met Pasen persoonlijk zullen ondervinden dat Jezus Christus onze Vriend is, die klaarstaat om ons te troosten, te helpen en te genezen, als wij maar in Hem en zijn woorden geloven.

     


    [1] Johannes 15:5

    [2] Johannes 15:7, 11–14

    [3] Johannes 14:1

    [4] Jesaja 25:8