Een paar jaar geleden had ik last van een ongebruikelijke hoest. Ik ging naar de dokter en probeerde geneesmiddelen, maar niets leek te werken. Mijn lichaam gaf het op. Ik sliep vier dagen lang niet. Op zaterdag was ik nog steeds ziek. In de vroege ochtenduren smeekte ik de Heer om zijn macht. Ik werd niet beter, maar kreeg een zin in mijn gedachten: ‘Ik keer naar je terug.’ Ik wist precies wat de context van deze zin was. Ik had de kerkleden in de Portugese ring Oeiras verteld wat een verordening (het avondmaal) is en dat ‘in de verordeningen daarvan de macht der goddelijkheid kenbaar [is]’.1
Ik legde eerst uit dat het avondmaal een verordening, een actie, een handeling is, maar soms een andere handeling, een heilige handeling, wordt. Waarom? Allereerst vertegenwoordigt of symboliseert het avondmaal de Heiland en zijn verlossende zending; ten tweede gaan deze handelingen gepaard met verbonden; ten derde worden ze bediend door de macht van het heilige priesterschap, naar de orde van de Zoon van God.
Ten slotte zijn ze verbonden met de naam van Jezus Christus, een krachtige naam. Ik legde ook uit dat elk stukje brood en bekertje water dat met het gezag van het heilige priesterschap gezegend wordt, het lichaam en bloed van Christus vertegenwoordigt. Dit is een nieuw verbond,2 maar het is individueel en zeer persoonlijk. President Dallin H. Oaks heeft gezegd: ‘Omdat het brood gebroken wordt, zijn alle stukjes uniek, net zoals degenen die ervan nemen stuk voor stuk uniek zijn. We moeten ons allemaal van verschillende zonden bekeren. We hebben allemaal verschillende behoeften om door de verzoening van de Heer Jezus Christus, die we in deze verordening gedenken, gesterkt te worden.’3 Elk stukje brood wordt individueel gegeven en elk bekertje water wordt individueel genomen. Het is een uitnodiging: ‘Sta op en nader tot Mij om uw hand in mijn zijde te steken, en ook om de tekens van de nagels in mijn handen en in mijn voeten te voelen, opdat u zult weten dat Ik de God van Israël en de God van de gehele aarde ben, en ben gedood voor de zonden van de wereld.’4
We krijgen elke week de kans om zijn getuige te zijn. Een getuige van zijn naam, een krachtige naam.
Toen Petrus en Johannes ‘een man die vanaf de moederschoot kreupel was’ genazen,5 ‘kwamen de priesters, de bevelhebber van de tempelwacht en de Sadduceeën op hen af’.6 Wat was zo belangrijk dat alle godsdienstige leiders ‘bijeenkwamen’? Waar waren zij bang voor? ‘En toen zij hen in het midden hadden doen staan, vroegen zij: Door welke kracht of door welke naam hebt u dit gedaan?’ Petrus antwoordde: ‘Door de Naam van Jezus Christus.’ Daarom werd het Petrus en Johannes verboden ‘te spreken of te onderwijzen in de Naam van Jezus’.7 Ik daagde de leden in de ring Oeiras uit bewuster aan het avondmaal deel te nemen, en beloofde ze dat de Heer Jezus zal terugkeren om ons met zijn macht te helpen. Nu was de uitdaging aan mij om alles wat ik geloof te beproeven.
Zelfs met een uitgeput lichaam vol pijn, en zonder van mijn hoest genezen te zijn, besloot ik die zondag aan het avondmaal deel te nemen. Ik wist hoe ik kracht uit het avondmaal kon putten: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis.’8 Ik nam die dag deel aan het avondmaal met een hart vol dankbaarheid voor de Zoon van God, met mijn gedachten volledig gericht op zijn aardse zending. Ik wilde dat dat moment nooit zou eindigen. Aan het eind van de avondmaalsdienst besefte ik dat ik niet meer hoestte. De rest van de dag had ik er geen last meer van. Ik deed alle taken voor mijn roeping, ging terug naar huis en viel diep in slaap met een getuigenis van de naam van mijn Heiland en zijn verlossende macht.
- Leer en Verbonden 84:20.
- Lukas 22:30.
- Dallin H. Oaks, ‘Introductory Message’ (toespraak gehouden in een seminar voor nieuwe zendingspresidenten, 25 juni 2017).
- 3 Nephi 11:14.
- Handelingen 3:1–6.
- Handelingen 4:1.
- Handelingen 4:18.
- Lukas 22:19.