Begin vorig jaar ging ik eten met een vriendin. Kort voor onze afspraak hadden we allebei stappen gedaan om gehoor te geven aan president Nelsons oproep en alles te leren ‘wat de Heer beloofd heeft voor het verbondsvolk Israël te doen’, na te denken over deze beloften en ‘ze met [onze] familie en vrienden’ te bespreken. [1] Ons hart werd geraakt toen we ons samen verwonderden over de beloften van de Heer. Ze gaf eerlijk toe dat ze het voor haar studie altijd ‘wilde uitschreeuwen’ wanneer ze de term ‘verbondspad’ tijdens toespraken en lessen voorbij hoorde komen. Het woord sloeg nergens op. Maar met inzet en focus kwam er begrip en vreugde waar voorheen irritatie was.
Van onze eigen studie van het verbondsvolk Israël (een naam die we als ‘laat God zegevieren’ kunnen lezen) leren we dat de beloften van de Heer te midden, en niet in de afwezigheid, van alledaagse zorgen wortelschieten. [2] Net als ieder ander moesten Abram en Sarai (die Abraham en Sarah worden), hun zoon Izak en zijn vrouw, Rebekka, en hun kleinzoon Jakob (die Israël werd) en zijn gezin allemaal voor onderdak, voedsel, water, familie, een natie, vrede en identiteit zorgen, op dat moment en voor de mensen na hen. [3] Dat gevoel kennen we.
Maar de Heer geeft ze een gewaagde oplossing: doe deze dingen niet op de gebruikelijke, menselijke manier, waarbij je er angstvallig alles aan doet om ze te verkrijgen. God zegt in plaats daarvan: ‘Verbind je aan Mij, handel naar de woorden die Ik zal geven, en dan zal Ik je aan de mensen om je heen verbinden, je dingen tonen, voor je voorzien, je beschermen, je nageslacht schenken en je een naam geven.’ [4]
Een dergelijke interactie met God zal misschien in eerste instantie ongemakkelijk voelen, omdat die tegen natuurlijke instincten ingaat. Ons gevoel zegt dat we iets krijgen wanneer we het krijgen op de eerste plaats zetten, toch? In plaats daarvan nodigt de Heer ons uit om een bepaalde spanning te omarmen: het loslaten van ons angstvallig vasthouden aan zekerheid nu voor zekerheid in de toekomst. [5] Dit is wat Mozes de Israëlieten onderwijst. De Heer wilde Israël door middel van hem weer een verbondsidentiteit laten ontwikkelen na meer dan vier eeuwen van slavernij in Egypte: ‘Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten […] om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de Heere komt.’ [6]
Aan het begin van zijn bediening herhaalt Jezus dezelfde waarheid. Terwijl Israël veertig jaar in de woestijn verbleef om zich weer bewust te worden van haar verbond, werd Jezus’ goddelijke verbondsidentiteit tijdens zijn langere periode van vasten in de woestijn in twijfel getrokken: ‘En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger. En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.’ [7] De woorden van verbonden naleven zijn zo diep in Jezus verankerd en maken zo volledig deel van Hem uit dat die zijn natuurlijke reactie vormen op het moment dat zijn identiteit en toewijding aan zijn verbonden onder vuur komen te liggen.
Niet lang daarna bekrachtigt Jezus deze lering: ‘Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want […] uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.’ [8]
Met dit in gedachten gaan we een van de laatste uitdagingen die president Nelson gaf beter begrijpen: ‘Dit is het moment om ons discipelschap onze hoogste prioriteit te maken. […] Het is nooit te vroeg of te laat om een toegewijde discipel van Jezus Christus te worden.’ [9] Het is zoals president Nelson ons heeft aangemoedigd: ‘Iedereen kan het verbondspad betreden. We smeken iedereen om dat pad met ons te bewandelen. Geen ander werk is zo allesomvattend.’ [10]
Noten
- President Russell M. Nelson, ‘Laat God zegevieren’, algemene oktoberconferentie 2020, https://www.churchofjesuschrist.org/study/general-conference/2020/10/46nelson
- Nelson, ‘Laat God zegevieren’. President Nelson zei in deze toespraak: ‘Met de hulp van twee Hebreeuwse geleerden kwam ik erachter dat de Hebreeuwse betekenis van het woord Israël luidt: “Laat God zegevieren.” Dus de naam Israël slaat op iemand die bereid is om God in zijn leven te laten zegevieren. En dat denkbeeld beroert mijn ziel!’
- Zie bijvoorbeeld Genesis 12:1–4; 13:2–9; 17:6–20; 21:24–31; 24:11–14.
- Zie Genesis 12:1–3, 7; 13:14–18; 15:1–4; 17:1–22; 18:13–33; 20:17–18; 21:12–13; 22:1–2; 26:2–5, 24; 28:12–15; 31:3, 11–13; 32:24–30; 35:1, 9–13; 39:2, 21; 46:2–4; 48:3–
- Er staan talloze voorbeelden van deze dynamiek in de Schriften, maar een aantal bekende voorbeelden zijn het gesprek tussen Jezus en de jongeman die een vraag stelt over het eeuwig leven in Markus 10:17–27 en de bemoediging van de Heer aan Joseph Smith in Leer en Verbonden 123:13–17.
- Deuteronomium 8:3. Hoelang de Hebreeën/Israëlieten in Egypte verbleven staat in Exodus 12:40–41.
- Mattheüs 4:2–4 (cursivering toegevoegd).
- Mattheüs 6:31–33.
- President Russell M. Nelson, ‘De Heer Jezus Christus zal wederkomen’, algemene oktoberconferentie 2024, https://www.churchofjesuschrist.org/study/general-conference/2024/10/57nelson
- President Russell M. Nelson, ‘Het eeuwigdurende verbond’, Liahona, oktober 2022 (https://www.churchofjesuschrist.org/study/liahona/2022/10/04-the-everlasting-covenant); cursivering toegevoegd.