Op 1 maart 2026 hadden de leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen van de ring Apeldoorn (de noordoostelijke kerkelijke regio) het voorrecht om bezoek te krijgen van een van de hedendaagse twaalf apostelen van Jezus Christus, Dale G. Renlund, en zijn vrouw, zuster Ruth L. Renlund. Zij werden vergezeld door James W. McConkie, algemeen zeventiger en raadgever in het presidium van het gebied Europa-Midden, en zijn echtgenote, zuster Laurel S. McConkie.
Er werd een speciale zondagsconferentie georganiseerd in hotel- en congreslocatie Papendal op het terrein van Sportcentrum Papendal, dat al ruim 50 jaar als thuisbasis dient voor de topsport in Nederland. Honderden topsporters maken dagelijks gebruik van de faciliteiten op dit terrein. Ook verschillende sportbonden en organisaties zijn hier gevestigd, zoals NOC*NSF, een fusie van het Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandse Sportfederatie (NSF).
De locatie, die in het teken staat van het bevorderen van topsport, krijgt opeens een andere dimensie wanneer je daar bijna 500 leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen plaatst. Topsport krijgt een geestelijke link met ‘topdiscipelschap’: hoe kunnen we levenslange discipelen van Jezus Christus worden? Een topsporter word je mede door talent en door ijverig en gemotiveerd keuzes te maken die leiden tot de benodigde lichamelijke verandering en mindset. Een mindset die bereid is om offers te brengen en tegenslagen weet te trotseren. De Kerk van Jezus Christus draait om persoonlijke bekering (geestelijke verandering), maar ook om eenheid en samenwerking voor een gezamenlijk geestelijk doel. Onze uitdaging is om de christelijke eigenschappen te ontwikkelen die nodig zijn voor levenslang discipelschap van Jezus Christus, ook wel ‘geestelijke duursport’, gestrekt over een mensenleven.
Hoewel er geen enkele zinspeling werd gemaakt op deze symboliek van de locatie, droeg de sportieve sfeer op de achtergrond bij aan de inspirerende boodschappen die gedeeld werden door de sprekers. Hieronder volgt een samenvatting van hun opbouwende woorden.
Nu is de tijd om ons discipelschap prioriteit te maken
Verbondscultuur boven aardse cultuur
Ringpresident Jerry Bletterman nam de leiding en benadrukte het doel van deze conferentie: niet alleen om ons te versterken in het getuigenis van Jezus Christus, maar ook de hoop dat onze harten met elkaar verweven raken. Een apostel brengt geen bezoek om zichzelf te verheffen, maar om ons uit te nodigen dichter tot Christus te komen en ons aan te sporen in actie te komen uit oprechte liefde voor Christus en voor elkaar.
De Schriften onderwijzen ons onder andere in 3 Nephi 12:1 dat we gezegend zijn als we acht slaan op de woorden van de Twaalf. Het is alsof Hij zegt: wie naar hen luistert, luistert naar Mij.
Ze leren ons beginselen om levenslange discipelen te worden. ‘Nu is de tijd om ons discipelschap prioriteit te maken’, moedigde president Russell M. Nelson ons aan (algemene oktoberconferentie 2024), en de huidige president Dallin H. Oaks heeft hier ook over gesproken. Er zijn echter bedreigingen en belemmeringen voor ons levenslang discipelschap, die we onder andere vinden in gewoonten en patronen die geworteld zijn in onze cultuur. President Bletterman legde dit uit aan de hand van zijn eigen Nederlands-Indische achtergrond. Hij heeft geleerd om het beste uit twee werelden te halen. Het is belangrijk dat we ons niet te veel concentreren op onze aardse identiteit, maar op onze goddelijke identiteit, want deze is de eeuwige, ware cultuur die alles overstijgt. Het is de verbondscultuur die verheffend en verenigend is en iedereen uitnodigt om:
-
de naam van Jezus Christus op zich te nemen,
-
de Heer te gedenken,
-
Hem na te volgen (ofwel altijd te streven om op Jezus Christus te lijken),
-
afstemming te zoeken met zijn doeleinden,
-
toegang te ontvangen tot Gods macht en zegeningen.
Hierover heeft ouderling Renlund gesproken in de algemene aprilconferentie 2023.
President Bletterman moedigde ons aan al het goede uit onze cultuur te koesteren, maar afstand te doen van alles wat niet overeenkomt met wat Christus zou doen.
Discipelschap: een richting, geen eindpunt
Lisa Kempenaers, een jongvolwassene uit de kerkgemeenschap in Apeldoorn, vergeleek het discipelschap met het leren bespelen van de gitaar. Komend uit een muzikale familie en betoverd door de stoere uitstraling van de gitaar wilde ze de uitdaging aangaan, maar had te hoge verwachtingen en raakte al snel minder gemotiveerd. Met ons discipelschap hebben we dezelfde neiging. Maar het komt niet in één keer. Het zijn keuzes om elke dag weer door te gaan met oefenen. ‘Discipelschap is geen eindpunt, maar een richting.’ God verwacht geen foutloos pad, maar wel een pad dat steeds terugkeert naar Hem. Ze haalde het verhaal aan van de weduwe in Marcus 12, die slechts twee muntjes in de offerkist gooide, maar in haar armoede was dat haar hele levensonderhoud. ‘Christus’ manier van offers meten is anders dan die van de wereld. Hij meet het offer naar het effect op het hart van de gever. Het gaat niet om wat we offeren, maar of we het vanuit ons hart doen. Discipelschap gaat minder om wat we doen, maar om wie we worden.
Voetafdrukken van liefde en bekering
Zuster Laurel S. McConkie deelde haar ervaring in het bezoekerscentrum van de Parijstempel. Ze waren daar met ouderling Gérald Caussé en zijn vrouw. Ouderling Caussé wilde graag dat zij nieuwe bekeerlingen zouden ontmoeten. Met tien nieuwe leden hadden ze een bijeenkomst in het bezoekerscentrum die voelde als een gezinsavond. Ze werd geraakt door hun uitspraken over hun bekering en de dingen van onze kerkgemeenschap die hen hadden geraakt. Een man die nog maar net in december 2025 gedoopt was, leerde haar iets. Hij zei: ‘Ik heb altijd van Jezus gehouden, maar in deze kerk heb ik beter van Hem leren houden.’
Ze stelde ons de vraag: ‘Als je gevraagd zou worden naar je bekering door ouderling Caussé of ouderling Renlund, wat zou je dan zeggen? Ben je vandaag meer bekeerd dan gisteren?’
Ze deelde het verhaal van haar overgrootmoeder, die uit Holten, Overijssel kwam. Ze leefde in armoede en moest gaan werken op een boerderij, maar daar werd ze slecht behandeld. Als het gezin lekker zat te eten, mocht zij alleen staand een droog stuk brood eten. Op een dag mocht haar zus haar bezoeken. Het regende die dag hard en bij haar vertrek liet haar zus diepe voetsporen achter in de Nederlandse modder. In de dagen erna voelde ze graag met haar vinger langs die voetafdrukken als herinnering aan de liefde van haar zus. Toen ze later naar de stad trok, zendelingen ontmoette en haar man leerde kennen, verhuisde ze naar Salt Lake City. Met haar gezin van elf kinderen had ze de gewoonte om in de richting van de tempel te bidden als herinnering aan Gods liefde en hun goddelijke identiteit. Ook wij voelen op verschillende manieren met onze vinger zijn voetafdrukken in ons leven en herinneren ons dat Hij van ons houdt.
Iedereen kan een getuigenis ontvangen
Ouderling James W. McConkie complimenteerde zijn vertaler, Richard Sleegers, voor het geweldige werk dat hij doet als eerste geestelijk verzorger ('chaplain') namens de kerk in Nederland. Hij grapte over de Nederlandse genen van zijn vrouw, die hem lange kinderen hebben gegeven, en gaf aan te hebben genoten van de sprekende gezichten die hij kon lezen toen president Bletterman over de karakteristieken van de Nederlandse cultuur begon, met name de directheid.
Hij deelde de uitnodiging die werd gegeven aan alle leiders van het gebied Europa-Midden tijdens een trainingsvergadering op hun reis door Europa: om Christus te leren kennen en een getuigenis van Hem te ontwikkelen. Daarbij kwam ook de zegen dat ieder van ons, ongeacht onze achtergrond of omstandigheden, een getuigenis kan ontvangen.
Onze nieuwe wereldwijde president Oaks nodigde BYU-studenten uit tijdens zijn devotional dit jaar om dichter tot Christus te komen, en wat hij zei gold voor allen die de woorden van een profeet volgen, maakte president Oaks expliciet duidelijk. Hij deelde vier manieren die ons daarbij helpen. De eerste was om ons te concentreren op ons geloof in God en in de zending van Jezus Christus. We kunnen onze toewijding aan de beginselen in het eerste geloofsartikel vergroten.
De oude profeten in het Boek van Mormon delen verhalen die toepasbaar zijn op ons eigen leven. 1 Nephi geeft ons het voorbeeld van persoonlijke bekering. 2 Nephi getuigt van hoe een getuigenis van de ene generatie op de andere kan overgaan. Lehi onderwijst met overtuigingskracht wat hij te weten is gekomen. Na zijn overlijden zien we hoe dat getuigenis heeft uitgewerkt in het leven van zijn nageslacht. Lehi’s zoon Jakob gaat naar de meest voor de hand liggende bron in die tijd, Jesaja, om over Christus te leren, zoals wij vandaag de dag naar het Nieuwe Testament zouden gaan of naar 3 Nephi. In 2 Nephi 11:2–4 lezen we dat Nephi getuigt: ‘Ik heb Hem gezien’ en ‘mijn broer Jakob heeft Hem ook gezien’. Uit deze verzen haalde ouderling McConkie de volgende lessen:
-
Ten eerste: wij vinden vreugde als we onderwijzen over Jezus Christus.
-
Ten tweede: getuigen zoals Nephi en Jakob zijn niet de enige getuigen.
God leidt dit eeuwige proces van het opbouwen van getuigen en getuigenissen in de levens van zijn discipelen, en hierin is grote vreugde te vinden.
Vreugdevol gehoorzaam zijn
Zuster Ruth L. Renlund drukte haar dankbaarheid uit voor onze ontmoeting, omdat het haar herinnert aan de fundamentele waarheid dat we allemaal kinderen van God zijn met een goddelijke bestemming.
Toen haar man als zeventiger naar Zuid-Afrika werd uitgezonden voor vijf jaar, reisden ze door vele Afrikaanse landen en besefte ze hoe weinig ze wist van Afrika. Maar één ding wist ze zeker: ze wilde op safari gaan! Met veel humor en charme deelde ze de lessen die ze had geleerd van haar safari-ervaringen. De gids van hun eerste safari had hun drie regels gegeven:
-
blijf in het voertuig,
-
wees stil,
-
en blijf zitten.
Want, zo legde de gids uit, dan is de auto voor de wilde dieren gewoon een bosje; sta je op, dan ben je eten dat verstopt zat achter het bosje. Ze hadden een geweldige tijd.
Een paar maanden later regelde ze een safari met hun dochter die op bezoek kwam. Bij deze safari kon je in je eigen auto rijden. Het was zomertijd en de wilde dieren wisten zich goed te verbergen in het hoge gras. Ze zagen maar geen leeuwen totdat ze een tip kregen waar ze zaten van andere safari-deelnemers. Toen ze nog steeds niets zag, hooguit een bewegend oor, wilde ze even de deur opendoen en vanuit de auto gaan staan om beter zicht te krijgen. Tot haar verrassing zag ze acht leeuwen liggen die op hun beurt haar verrast aankeken – meer blij dan verrast. Ze dook gauw de auto weer in, met het besef dat ze zichzelf en haar familie in gevaar had gebracht. Haar boodschap was om de geboden en de richtlijnen in De kracht van de jeugd op waarde te schatten. Om levenslange discipelen te kunnen zijn, moeten we God en zijn Zoon leren liefhebben. De geboden onderhouden is een manier om onze liefde voor Hen te laten zien. Zo voelt het niet als een beperking, maar wordt het een vreugde om de geboden te onderhouden.
Evangelielessen uit De Leeuwenkoning
Ouderling Dale G. Renlund begon met zijn dankbaarheid te uiten voor de tolk, Merryn Jongkees, door hem op speelse wijze te complimenteren, wat broeder Jongkees enigszins in verlegenheid bracht. Hij vervolgde met het doorgeven van de hartelijke groeten van president Oaks, en toen hij de woorden uitsprak: ‘Ik ben hier in de hoedanigheid van apostel’, kwam dat met zo’n eerbied over dat het broeder Jongkees zichtbaar raakte. Ouderling Renlund stelde dat hij niet bijzonder was, maar wel Jezus Christus, die hij mag vertegenwoordigen en van wie hij mag getuigen.
Hij deelde vijf lessen die hij haalde uit het verhaal van De Leeuwenkoning en riep alle jeugdwerkkinderen op om te gaan staan en even naar hem te zwaaien. Vervolgens vroeg hij hen om hem te helpen met de namen van de personages in het verhaal. Ze mochten het uitroepen als hij hintte om het in te vullen. Na het delen van het plot met alle elementen die van belang waren voor de geestelijke lessen, begon hij de leerpunten langs te lopen.
-
Het belang van het kennen van onze ware identiteit. Als we dát vergeten, vergeten we ook God.
-
De realiteit van Jezus Christus en het belang van deelname aan het avondmaal.
Kinderen mochten hier weer bij staan en hij gaf aan dat er een belangrijke Schrifttekst zou komen die hen zou helpen in hun leven. Toen hun dochter jeugdwerkleeftijd had, kreeg ze een ‘groot probleem’: ze wilde niet meer naar bed. Dus elke keer als ze haar in bed legden, kwam ze meerdere keren uit haar bed met een verzoek. Dan was het drinken, dan weer een verhaaltje, enzovoort. Elke keer stopten ze haar weer een beetje steviger in, met de hoop dat ze niet zo gauw meer de moeite zou doen om eruit te kruipen. Op een dag was het de vijfde keer dat ze uit bed kwam en dit keer vroeg ze om een snack. Ze werd weer strak ingestopt met de vaststelling: ‘Je speelt een spelletje met ons.’ Ze kwam toch weer uit bed, maar dit keer met een Boek van Mormon. Ze sloeg Mosiah 4:14 open en las het voor: ‘En u zult niet dulden dat uw kinderen honger lijden…’.
Ze konden dit niet weerstaan en hun dochter kreeg toch haar snack. Als je de tekst van Mosiah 4 goed bestudeert, begrijp je dat dit hoofdstuk een deel is van de toespraak van koning Benjamin. Het volk maakt hier gewillig beloftes aan de Heer. Het gaat in essentie over ons verbond met de Heer dat we elke week opnieuw aangaan met onze deelname aan het avondmaal.
Tijdens de genocide in Rwanda in 1994 kwamen ze erachter dat de kerk toch niet officieel geregistreerd was en dat er geen officiële vergunning was om samen te komen in het kerkgebouw. Ze moesten sluiten. Topadvocaten uit Rwanda, Johannesburg en de VS kregen het niet voor elkaar. Een bezoek van ouderling Renlund aan de gemeenschap had een wonderlijke uitwerking, wat ertoe leidde dat ze toch weer als kerk in het gebouw mochten vergaderen. Toen ouderling Renlund en de leden eindelijk weer aan het avondmaal konden deelnemen, ervoeren ze zo’n intense vreugde dat hij zich afvroeg waarom hij dat niet altijd zo kon voelen. Het besef kwam tot hem dat dit was omdat de leden hongerden en dorstten. Dat was de honger waar in Mosiah 4 over werd gesproken. Laten we ons vastklampen aan Jezus Christus door onze verbonden met Hem te koesteren.
-
De werkelijkheid van de herstelling. Hij nodigde alle elfjarigen uit om op het podium te komen staan en deelde zijn verhaal als elfjarige. Zijn broer, die lid was van de jongemannenorganisatie van de kerk, werd tijdens een bezoek van een zendingspresident in zijn gemeente uitgenodigd om het Boek van Mormon te lezen. De jonge Dale kon niet achterblijven en wilde doen wat zijn broer deed. Toen later ook de uitnodiging kwam om erover te bidden, zoals in de laatste twee alinea’s van de inleiding staat, wilde hij die uitdaging ook aangaan. Hij bad voor het eerst op zijn knieën met de vraag of het waar was en voelde toen sterk de Geest. Het was het begin van zijn getuigenis van de herstelling van het evangelie van Jezus Christus en de rol van Joseph Smith daarbij. Hij nodigde alle elfjarigen uit om ook het Boek van Mormon te lezen en vervolgens hun ouders te helpen hetzelfde te doen. Nadat ze dit hadden beloofd, konden deze jongeren weer gaan zitten.
-
We hoeven niet volmaakt te zijn. We zijn werk in uitvoering, maar Hij wil wel dat we het proberen. De zegen van bekering is dat het geen sporen achterlaat. Jezus Christus heeft de schuld betaald; het is voor Hem alsof het niet is gebeurd.
-
Voeg je bij het werk van de Heer. Er is werk voor ons te doen. Net zoals Simba zegt in De Leeuwenkoning: ‘Als ik er niet voor vecht, wie wel?’
Hij verwacht dat we proberen te strijden voor Gods Koninkrijk. Hij wil dat we leren het instrument te bespelen dat Hij ons heeft gegeven. Het maakt niet uit welke roeping we ontvangen. Hij vergeleek het levenspad van zijn vader, die op 92-jarige leeftijd is gestorven, met dat van kerkpresident Thomas S. Monson, die op 90-jarige leeftijd is overleden. Ouderling Renlunds vader was een illegale Finse immigrant die naar Amerika ging om zijn huwelijk in de tempel te laten verzegelen. Hij was zijn leven lang timmerman en leerde nooit goed Engels spreken. Hij vervulde geen roepingen met bestuurlijke verantwoordelijkheid of priesterschapssleutels. Het leven van president Monson was vrijwel het tegenovergestelde: hij vervulde al op jonge leeftijd vele roepingen waarin priesterschapssleutels werden uitgeoefend. Toch is de beloning voor deze broeders hetzelfde vanwege de toewijding en nederigheid van deze dienaren van God.
Ouderling Renlund eindigde met een apostolische zegen, waarin hij Gods zegen afriep over de leden in de ring Apeldoorn, om hen te voorzien van wat zij nodig hebben om het plan van hemelse Vader in hun leven te verwezenlijken.